Welkom
Referenties
Blogs
Training
Projecten
Contact
LET OP: AANBIEDING - App-V 5.0 Essentials Training ©


Vanaf 1 September gaat de App-V 5.0 Essentials Training weer van start! Deze 1 daagse training van EDSP behandeld in zeer korte tijd alles wat een Application Deployment Engineer nodig heeft om applicaties te virtualiseren en beschikbaar te stellen voor de desktop, VDI of RDS omgeving. U kunt bij het training en opleiding centrum in Arnhem terecht of EDSP komt bij u op locatie voor een training op maat aangepast aan uw omgeving. De gemiddelde beoordeling door cursisten van deze cursus is "zeer goed". Klik hier voor extra informatie
  app-v-balls
Klik hier voor de course outline Offerte Aanvragen


App-V Blog Index


App-V Nieuws

App-V Overzicht

App-V Techniek

App-V Whats App

App-V Upgrade

App-V Download

App-V Bestanden

App-V Omgeving

App-V Systeem Eisen

App-V Hyper-V

App-V Componenten

App-V Installatie

App-V en Windows 8

Server App-V

App-V 5 Infra Opties

App-V and Windows Server 8

App-V and System Center

App-V Training

App-V Sequencing Guide

App-V 5 SP3

App-V 5 Sequencing Recipe

Stap 1: Sequencing App-V Apps

Stap 2: Launching App-V Apps

Stap 3: App-V Publishing

Stap 4: Update App-V App

Stap 5: App-V App Uninstall

Stap 6: App-V Virtual Office

Stap 7: App-V App Licenses

Stap 8: App-V Dynamic Suiting

User Experience Virtualisatie (UE-V)

StandAlone App-V Deployment

App-V Sequence Doorlooptijd

Application Deployment Training ©

App-V 5 SP2

App-V 5 Office Connection Group

App-V 5 Office Support

App-V Kosten en Baten

Advanced Group Policy Management

App-V 4 Online Docs

App-V 5 Set-Acl

App-V 5 Policies

App-V 5 Error

App-V Package Converter

App-V 5 PowerShell

App-V 5 Online Docs

App-V Tips & Tricks

App-V 5 Bubble

App-V Sequencing PC

App-V 5 Data Locaties

App-V 5 Connection Group

App-V 5 Tools

App-V 5 Global versus User Publishing

App-V 5 Extensie Regels

App-V 5 Folder Redirection

App-V 5 Scripting

App-V 5 Advanced Management Console

App-V 5 Citrix Integratie

App-V 5 Sizing Guide

App-V 5 Migration Mode

App-V 5 SCOM MP

App-V 5 IE Browser Integratie

App-V 5 VDI Integratie

App-V SCCM Integratie

App-V 5 SCS Mode

App-V 5 Policy Config

App-V 5 ADXM Template

App-V 5 Eventviewer Debug Mode

App-V 5 Custom Config

App-V 5 RunVirtual





 



Jeroen Spaander

App-V Whats App

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


App-V is onderdeel van de Microsoft Desktop Virtualisatie totaal oplossing voor OS, applicaties, gebruiker instellingen en data.


Wat is Desktop Virtualisatie?

Medewerkers worden steeds mobieler. Ze willen altijd en overal bij hun toepassingen en gegevens kunnen, geheel naadloos, op allerlei verschillende apparatuur, zoals hun laptop, mobiele telefoon en de pc thuis. Voor de IT-afdeling is het echter erg belangrijk dat alle voorschriften worden nageleefd en dat ze de omgeving van hun organisatie op een verantwoordelijke en efficiënte manier kunnen beheren.

Microsoft Desktop Virtualization houdt met al deze vereisten rekening. Organisaties krijgen een uitgebreid pakket aan oplossingen om de gebruikers te laten werken waar en waarop ze maar willen, terwijl de naleving van voorschriften en het systeembeheer worden verzorgd via een centrale en eenduidige infrastructuur.

Microsoft Desktop Virtualisatie bestaat uit de volgende onderdelen:


Als onderdeel van Remote Desktop Services (voorheen Terminal Services) biedt Microsoft ook nog de Remote App oplossing aan. Hieronder heb ik heel kort alle opties vanuit de Microsoft Desktop Virtualisatie Suite inclusief Remote App beschreven:


App-V app-v-bee

App-V is een Microsoft methode (voorheen Softgrid) om een applicatie aan te bieden zonder dat deze ook daadwerkelijk op het systeem zoals bijvoorbeeld een desktop, laptop of Remote Desktop Service Server (voorheen Terminal Server)) geinstalleerd hoeft te worden. Het uitrollen van een gevirtualiseerde applicatie brengt meerdere voordelen met zich mee zoals bijvoorbeeld het voorkomen van conflicten tussen de applicaties onderling of met het OS. We zijn ondertussen op App-V versie 5 beland maar ook versie 4.6 wordt in het App-V Blog hieronder nog behandeld. Daar App-V onderdeel is van een totaal oplossing zullen we afgezien van alle App-V onderdelen, mogelijkheden, trainingen en examens ook de overige Microsoft Desktop Virtualisatie onderdelen in het kort toelichten.


Microsoft Enterprise Desktop Virtualization

MED-V maakt een upgrade naar Windows 7 gemakkelijk door compatibiliteitsproblemen met toepassingen op te lossen. MED-V biedt toepassingen aan in een virtuele pc-werkruimte op basis van Windows XP. Dit gebeurt op zo'n manier dat de gebruiker hier niets van merkt. Toepassingen zien er gewoon uit en werken gewoon alsof ze lokaal zijn geïnstalleerd. Met MED-V kan de IT-afdeling kritieke upgrades van het besturingssysteem gemakkelijker en sneller beheren en doorgeven.


Microsoft Remote Desktop Services

Door middel van sessievirtualisatie hebben gebruikers toegang tot toepassingen, gegevens en desktops die centraal worden doorgegeven vanuit het datacentrum. RDS bezorgt uw medewerkers een flexibele werkruimte, ongeacht locatie of gebruikte apparatuur. Toepassingen en bureaubladen worden ontsloten via een webpagina, een SharePoint-portal, een lokale desktop of via internet.
Remote App is onderdeel van de RDS oplossing en komt overeen met de "ICA / XenApp Published Applications" van Citrix. De applicatie draait met gebruik van de resources (geheugen en cpu) van de applicatieserver maar lijkt op de desktop te draaien.


Microsoft User State Virtualization

Met 'Microsoft User State Virtualization' (USV) worden de instellingen en gegevens van de gebruiker centraal opgeslagen in plaats van lokaal op zijn pc waardoor de gebruikers de mogelijkheid krijgen om hun gegevens en instellingen vanaf elke pc of locatie te benaderen. Met USV krijgen de gebruikers de vrijheid om overal te werken en daarmee wordt de business continuity verbeterd. USV bestaat uit de volgende componenten en worden uitgebreid beschreven in het App-V blog hieronder:



Microsoft Virtual Desktop Infrastructure

Met Remote FX zorgt de IT-afdeling ervoor dat externe gebruikers op allerlei verschillende hardware bij hun virtuele desktop kunnen, die dan werkt alsof het een lokaal systeem is, met toegang tot multimedia (3D-graphics, bidirectioneel geluid) en USB-randapparatuur. Microsoft VDI maakt eenduidig beheer van centrale desktops en data en gegevens mogelijk door middel van System Center-technologie. De IT-afdeling kan de bestaande beheertools en -processen uitbreiden naar de virtuele desktops en zo de overhead verminderen. Dankzij de centraal beheerde images verlopen implementaties en updates altijd vlot.


Windows Thin PC

Microsoft raadt klanten die het gebruik van thin clients overwegen aan om hun bestaande pc's eerst als thin client in te zetten met behulp van Windows Thin PC en vervolgens de voordelen van deze architectuur te evalueren. Op het moment dat de hardware waarvoor met Windows Thin PC wordt gewerkt uit gebruik wordt genomen, kan de klant bij onze OEM-partners terecht voor nieuwe thin clients met Windows Embedded zonder dat ze iets hoeven te veranderen aan hun bestaande beheer- en beveiligingsbeleid. app-v-logo


Voordelen van App-V

Dit App-V Blog gaat echter volledig over Microsoft Application Virtualization (App-V). Wat zijn nu eigenlijk de voordelen van App-V afgezien dat het bedrijven in staat stelt om te voldoen aan de behoeften van gebruikers, de IT afdeling en diegene die de budgetten beheren?

  • App-V biedt de gebruikers ten alle tijden toegang tot zijn applicaties zonder dat de applicatie daadwerkelijk wordt geïnstalleerd.
  • Virtuele applicaties en gebruikersinstellingen worden bewaard of de gebruiker nu online of offline zijn.
  • App-V verhoogt de flexibiliteit van het bedrijf door middel van een snellere implementatie van toepassingen en updates maar zonder onderbrekingen voor de gebruikers.
  • App-V minimaliseert conflicten tussen applicaties onderling of met het Operating Systeem, waardoor applicaties veel sneller in of uit productie gebracht kunnen worden.
  • Het uitbrengen van een patch, update of nieuwe versie van een applicatie is met App-V een eitje.
  • App-V in combinatie met Microsoft User State Virtualization (USV) biedt gebruikers een consistente ervaring en betrouwbare toegang tot applicaties en bedrijfsgegevens, ongeacht hun locatie en verbinding met het internet.


app-v-application-virtualization-solution

1. Conflicterende bestanden of registry verwijzingen tussen applicaties onderling of met het OS tijdens een installatie.
2. Applicatie Virtualisatie oplossing t.b.v. het voorkomen van conflicten en het verlagen van de TCO.



 




app-v-metro-style

App-V Nieuws

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


APP-V 5 SP3 UPDATE: Het is weer enige tijd geleden dat ik App-V 5 Blog inhoud heb toegevoegd. Druk, druk, druk (en freelancers hebben recht op maanden vakantie :)

De afgelopen jaren hebben de App-V 5 projecten me flink wat haren gekost. Ondertussen heeft Microsoft App-V 5 SP3 uitgebracht waarin alle issues zijn weggewerkt en mooie nieuwe features en configuratie opties zijn toegevoegd. Hopelijk hebben jullie er wat aan en scheelt het wat uren en irritatie.

Op 08-12-2014 heeft Microsoft de Microsoft Desktop Optimization Pack (MDOP) 2014 R2 suite uitgebracht waar App-V 5.0 SP3 onderdeel van uit maakt.

Het Microsoft Desktop Optimization Pack (MDOP) is een suite van technologieën die beschikbaar zijn als een abonnement voor Software Assurance-klanten. MDOP virtualisatie technologieën helpen het personaliseren van de gebruikerservaring, vereenvoudigen de implementatie van toepassingen, en het verbeteren van de compatibiliteit van toepassingen met het Windows-besturingssysteem of tussen applicaties onderling. Daarnaast helpt MDOP bij het beheren, bewaken en implementeren van de belangrijkste Windows-functies. Met behulp van MDOP verschuift desktop support ondersteuning van reactief naar proactief en bespaart zowel de klant als de beheerorganisatie veel tijd en irritatie.


App-V versie 5 is volledig opnieuw geschreven waar de vorige versies nog volledig op de Softgrid Code waren gebaseerd.
Hieronder hebben we de meest in het oog springende vernieuwingen van App-V versie 5 (ten opzichte van App-V 4.x) weergegeven.

  • RTSP ondersteuning is verdwenen (enkel nog SMB en HTTP(S) streaming support)
  • Er is een nieuwe beheerconsole op basis van Silverlight welke op de management-server draait als website (geen MMC-module en met de juiste beheer rechten remote te beheren)
  • De Management Server is alleen nog voor Management taken en levert enkel de package informatie (metadata) door aan de Publishing Server ten behoeve van Publishing verzoeken van Clients
  • De "Q:" drive (default App-V Client drive) is verdwenen
  • Virtuele applicaties worden onderling aan elkaar gekoppeld doormiddel van Virtual Application Connection Groups
  • De App-V Metro stijl Client configuratie, App-V Package Publishing en App-V Package Import of (bulk) Conversie of Sequencen is nu volledig scriptbaar met Powershell App-V 5.0 Commandlets 3.0
  • De Shared Content Store zorgt ervoor dat de App-V bestanden door meerdere machines gedeeld kunnen worden zodat voor VDI, RDS of Citrix omgevingen de schijfruimte ontzien wordt
  • De licentiebeheer ondersteuning is verwijderd en wordt overgelaten aan bijvoorbeeld de mogelijkheden die SCCM integratie biedt
  • En last but not least, de extentie .SFT is weg, en zo ook de .OSD en .ICO-bestanden. Alle bestanden worden opgeslagen in een nieuw .APPV bestandsformaat


App-V versie 4.x pakketten zijn niet compatible met de App-V versie 5 Client of Server. Gelukkig kan de versie 4.6 App-V Client naast de versie 5 App-V Client op het Client OS draaien waardoor u toch rustig kunt overstappen naar de nieuwe versie App-V. Daarnaast heeft Microsoft een App-V Package Converter beschikbaar gesteld die de oude App-V pakketten converteerd naar het App-V versie 5 formaat. Die converter neemt echter geen (extra) scripts of registry toevoegingen mee die in het oude App-V pakket door de sequencer waren toegevoegd en ook de Dynamic Suiting Composition <DEPENDENCIES> entries ten behoeve van het koppelen van de App-V applicaties onderling worden niet geconverteerd naar de App-V Connection Group entries (Connection Group vervangt DSC in de nieuwe versie van App-V). Daarnaast controleert de App-V Package Converter of het App-V 4.6 Package een <OS VALUE> lager als Windows 7 of Server 2008 R2 heeft. Een lagere waarde wordt namelijk niet ondersteund.



 



app-v-5-sp3-mdop-2014-r2-suite

App-V 5 SP3

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


App-V 5 SP3 is deze maand uitgebracht doormiddel van de MDOP 2014 R2 release. Hieronder in het kort de nieuwe features en verbeteringen: (let op: deze wijzigingen zijn nog niet meteen doorgevoerd binnen SCCM)

Voor SP3 was het niet mogelijk om aan User gepubliseerde applicaties te combineren met aan machine (globally) gepubliseerde applicaties binnen dezelfde Connection Group. Nu dus wel.

Waar ik voor de uitrol van SP3 nog een hele trukendoos open moest trekken doormiddel van het zetten van custom rechten op de [{AppVPackageRoot}] folder t.b.v. het toewijzen van specifieke add-ons per Add-on gebruiker groep (binnen een enkele Connection Group) kunnen we nu op een eenvoudige wijze losse Add-on pakketten in dezelfde Connection Group toewijzen.

App-V 5 Connection Groupen kunnen nu on the fly (terwijl de pakketten in de Connection Group nog in gebruik zijn) ge-update worden.

Wat ik zelf een van de allermooiste wijzigingen vind in SP3 (naast het selectief kunnen toekennen van add-on packages binnen dezelfde Connection Group :) is de HKCU RunVirtual registry key waarmee ik de standaard integratie met een App-V pakket (of Connection Group) voor een lokaal geinstalleerde exe kan inregelen.
Voorheen was dit een HKLM reg key die alleen voor globally published apps (voor alle gebruikers op die pc) te gebruiken was (waardoor hij juist vaak niet te gebruiken was...) maar vanaf nu kan ik dus op meerdere manieren voor een specifieke AD applicatie groep (denk aan het toevoegen van die RunVirtual HKCU key via een UserConfig.xml script actie of de Group Policy Preferences :) de standaard integratie inregelen voor een lokaal geinstalleerde applicatie in combinatie met mijn App-V pakket.

Via Powershell kun je nu ook als admin voor andere gebruikers via de User SID, packages publiseren (indien ze aangelogt zijn of hun profiel al op de pc aanwezig is).

Er zijn Merged Root verbetering doorgevoerd ten behoeve van packages binnen dezelfde Connection Group die gedeelde locaties / folder / file structuur hebben.

The option to determine the PVAD (Primary Virtual Application Directory) during sequencing has been removed. I have encountered some applications where I had to sequence to a specific PVAD and the documentation states there are two ways to enable the option again. The passing the –EnablePVADControl parameter to the Sequencer.exe didn't work for me but creating the registry key did return the PVAD option.

app-v-5-sp3-pvad-control-settings


Mocht je graag meer en gedetaileerde informatie lezen omtrent alle verbeteringen in App-V 5 SP3:
App-V Blog van Tim Murgent.



 



app-v-5-sp2-virtual-client

App-V 5 SP2

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


Stap voor stap vallen alle ballen op zijn plek en is de lijst met App-V 5 pijnpunten in App-V 5 SP2 Hotfix 4 weggewerkt.

Waar we met de eerste versies van App-V 5.0 nog voor joker stonden met een klapperend Start Menu op de VDI omgeving in combinatie met App-V 5 SP1, is in App-V 5.0 SP2 dit zeer irritante issue opgelost doormiddel van het terugschroeven van het aantal App-V applicaties wat gelijktijdig tijdens een Publishing Refresh geladen wordt. (doormiddel van het op de juiste wijze sequencen van de App-V pakketten t.b.v. streaming en het mee laten roamen van de juiste gebruiker profiel mappen en registry informatie en tevens het op de juiste wijze configureren van de App-V client refresh instellingen was het al mogelijk om fikse verbeteringen door te voeren, echter is in hotfix 4 dit probleem pas echt aangepakt)
Waar de priorisering van de App-V connection groepen alleen op papier of door het hacken van de App-V 5 database een optie was, is ook dit probleem opgelost.

Zelfs de door ieder al lang gewenste Shell Extension ondersteuning, is nu eindelijk toegevoegd aan App-V 5 Service Pack 2, waardoor de volgende extensies te gebruiken zijn:

  • ActiveX controls
  • Browser Helper Object
  • Context Menu Handler
  • Drag-and-drop Handler
  • Drop target handler
  • Data object Handler
  • Property sheet handler
  • Infotip handler
  • Column
app-v-5-sp2

Wat is er nog meer gewijzigd in App-V 5 SP2?

De App-V 5 Client User Interface die standaard als snelkoppeling vanuit het Start Menu of als System Tray Item te benaderen was, is uit de App-V 5 Client installatie verwijderd. De App-V 5 Client UI kan nu als losse en virtuele applicatie aan de gebruiker aangeboden worden.

Waar ik voorheen nog (App-V 5 sequencing best practices / guidelines) aan gaf dat de applicatie middleware installaties (zoals Visual C++ Redistributables) altijd los gekoppeld dienden te worden van het App-V 5 pakket en meegegeven dienden te worden in de baseline (als setup of msi installatie) is dit vanaf App-V 5 SP2 niet meer nodig. Er is specifiek voor de Redistributables een optie aan de sequencer toegevoegd om deze mee te virtualiseren.

Er zijn vier nieuwe App-V 5 Client configuratie opties toegevoegd:
  • PackageStoreAccessControl (voor het geven of beperken van rechten op de PackageStore)
  • EnablePublishingRefreshUX (voor het instellen van een voortgangsbalk voor gebruikers, tijdens een publishing refresh)
  • ProcessesUsingVirtualComponents (voor het configureren van de nieuwe shell extensies en de browser helper objecten)
  • EnableDynamicVirtualization (voor het aan of uit zetten van het gebruik van de nieuwe shell extenties)


App-V 5 SP2 Hotfix 4

Waar in hotfix 2 en 3 voor App-V 5.0 SP2 eigenlijk enkel wat fouten zijn opgelost heeft hotfix 4 eindelijk alle wensen en eisen die nog op mijn lijstje stonden opgeleverd. Hieronder heb ik een kort overzicht gegeven wat hotfix 4 te bieden heeft voor App-V 5.0 SP2.

Er zijn verbeteringen ten behoeve van de volgende onderdelen en nieuwe functies doorgevoerd:
  • publicatie en refreshen van de App-V pakketten in alle App-V implementatiescenario's (Desktop, RDS en VDI) zonder dat daar nog aanvullende configuratie van de client of de omgeving benodigd is
  • publicatie en opstart prestaties van de App-V pakketten voor gebruikers in een niet-permanente VDI- of RDS-implementaties (b.v: Provisioning Services)
  • App-V 5.0 Pakket Conversie (programma) is verbeterd en geeft nu b.v. een melding indien oude App-V 4.5 of 4.6 pakketten een hardgecodeerd pad bevat die niet geconverteerd kan worden
  • NTFS rechten / Schrijftoegang configuratie voor bestanden en mappen in de virtuele omgeving is nu eindelijk wel geregeld / mogelijk
  • de App-V 5.0 SP2 sequencer kan nu een bijgewerkte versie van een pakket opslaan als een nieuw pakket en de pakketten kunnen parallel worden toegewezen
  • voor App-V pakketten met een koppeling naar een .exe op een netwerkshare heeft het systeemaccount van de machine waar de App-V client op draait, geen specifieke rechten meer nodig tot die netwerkshare
  • tijdens het configureren van DWORD / QWORD register doormiddel van de Dynamic Config worden nu alle tekenreeksen correct weergegeven in het register
  • het (App-V) PowerShell-venster wordt niet meer telkens weergegeven op de taakbalk tijdens het opstarten / of tijdens verwerkingen van de App-V-Client
  • SCCM problemen met het publicatieproces (indien het distributiepunt zich in een afzonderlijk LAN ten opzicht van de App-V-client bevond) zijn opgelost


App-V 5 SP2 Hotfix 5

En kort na de uitrol van nr. vier ligt App-V 5 SP2 Hotfix 5 alweer op de deurmat. Hieronder kort de wijzigingen:
  • App-V 5 connectie groepen kunnen nu zowel aan gebruikers gepubliseerde als globaal gepubliseerde pakketten bevatten
  • (helaas kan dit enkel alleen nog doormiddel van powershell en is het nog niet mogelijk via de App-V Management Server)
  • Het is nu mogelijk om via Powershell App-V deployments aan specifieke AD groepen te publiseren


Er zijn helaas opnieuw een paar kleine issues boven water gekomen (bedankt voor de input Jur) na de uitrol van de laatste hotfix voor App-V 5. Samengevat:
  • SMB i.p.v. het HTTP(S) streaming protocol is nu de beste oplossing vanuit performance oogpunt (vanaf 5.0 SP2 HF4)
  • Xenapp 7.5 levert enkel SMB ondersteuning voor App-V 5.x deployment


Mocht je graag meer en gedetaileerde informatie lezen omtrent alle verbeteringen in App-V 5 SP2:
App-V Blog van The Knack.



 



App-V 5 Componenten

Microsoft Certified - Jeroen Spaander

  1. App-V Client

  2. De App-V Client geeft het OS de mogelijkheid om App-V installatie pakketten te openen en voor de gebruiker beschikbaar te stellen.

  3. App-V Remote Desktop Services Client

  4. De App-V Remote Desktop Services Client geeft je Remote Desktop Services OS (voorheen: Terminal Services Service Server) de mogelijkheid om App-V installatie pakketten te openen en voor de gebruikers beschikbaar te stellen.

  5. App-V Sequencer

  6. De App-V Sequencer gebruik je om een App-V pakket te maken van een normale installatie of een bestaand App-V pakket te wijzigen.

  7. App-V Publishing Server

  8. De App-V Publishing Server biedt functionaliteit ten behoeve van virtuele applicatie hosting en streaming.

  9. App-V Management Server

  10. De App-V Management Server biedt een gecentraliseerde locatie om je App-V-infrastructuur te beheren.

  11. App-V Management Server Database

  12. De App-V Management Server faciliteert de database pre-deployment voor App-V management.

  13. App-V Reporting Server

  14. De App-V Reporting Server biedt geautoriseerde gebruikers de mogelijkheid om App-V rapportages uit te draaien.

  15. App-V Report Server Database

  16. De App-V Reporting database bevat alle App-V Reporting informatie.

  17. App-V Package Repository

  18. De App-V Package Repository is bij voorkeur een DFS-R share waar alle App-V packages geplaatst worden. Met de App-V 5.0 Shared Content Store (SCS) instelling op de App-V Client wordt dit tevens de locatie waar vandaan de package content (bijna) rechtstreeks doormiddel van streaming op de Client in het geheugen geladen wordt. Een klein gedeelte met de basis benodigdheden zoals icons, metadata en scripts blijft echter ten alle tijden in de PackageInstallationRoot op de Client staan. (Publishing Feature Block)

  19. App-V System Center 2012 (of nog SCCM 2007) integratie

  20. System Center (SC) 2012 en System Center Configuratation Manager (SCCM) 2007 kunnen we gebruiken om de App-V distributie naar gebruikers nog beter in te regelen en te monitoren.




De App-V 5.0 Management Server is de host voor de App-V management website waarmee de App-V omgeving (remote) beheerd kan worden.
De Management Server verwerkt de repository (metadata) van pakketten en hun toegewezen configuraties in de AppVManagement Database en bied geen ondersteuning ten behoeve van load balancing of andere taken zoals Publishing/Streaming en/of Reporting. De App-V package metadata wordt doorgestuurd naar de App-V 5.0 Publishing server ten behoeve van het verwerken van de Publishing verzoeken van de App-V Clients.

App-V Publishing servers die door een enkele App-V Management server beheerd worden zijn replica's van elkaar en kunnen verschillende App-V Clients van Publishing informatie voorzien.

De App-V 5.0 Reporting Server verwerkt alle Reporting informatie van de App-V Clients in de AppVReporting Database.

De drie App-V Services (Management, Publishing, Reporting) zijn web-based en mogen naast elkaar op dezelfde server draaien maar kunnen ook los van elkaar op verschillende servers geinstalleerd worden ten behoeve van high performance eisen. Ten behoeve van high availability eisen kunnen de App-V web-services meervoudig aangeboden en door een load balancer van data verkeer voorzien worden.



 



App-V 4 Omgeving

Microsoft Certified - Jeroen Spaander






 



App-V 5 Omgeving

Microsoft Certified - Jeroen Spaander






 



app-v-5-server-install-options

App-V 5 Systeem Vereisten

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


    App-V Client minimum hardware requirements:
  • Processor Intel Pentium III 600 MHz
  • RAM 128 MB minimum
  • Disk 30 MB for installation and 4096 MB for cache

  • App-V Client minimum software requirements:
  • Microsoft Windows 7 (32-bit and 64-bit versions)
  • Microsoft .NET 4 Framework (Full)
  • Windows Management Framework 3 / Powershell 3 (KB2506143)
  • Microsoft .NET Framework 3.5 (PowerShell support)
  • Microsoft KB2533623



  • App-V Remote Desktop Services Client minimum hardware requirements:
  • Processor Intel Pentium III 600 MHz
  • RAM 1 GB (256 MB minimum)
  • Disk 30 MB for installation and 4096 MB for cache

  • App-V Remote Desktop Services Client minimum software requirements:
  • Windows Server 2008 R2 (RDS Enabled)
  • Microsoft .NET 4 Framework (Full)
  • Windows Management Framework 3 / Powershell 3 (KB2506143)
  • Microsoft .NET Framework 3.5 (PowerShell support)
  • Microsoft KB2533623



  • App-V Sequencer minimum hardware requirements:
  • Processor Intel Pentium III, 850 MHz or faster
  • RAM 256 MB (500-MB page file is recommended)
  • Two physical drives, 20-GB minimum each. (Install the operating system and local applications on one drive, and use the second drive as the target for your virtual applications.)

  • App-V Sequencer minimum software requirements:
  • Microsoft Windows 7 (32-bit and 64-bit versions)
  • Microsoft .NET 4 Framework (Full)
  • Windows Management Framework 3 / Powershell 3 (KB2506143)
  • Microsoft .NET Framework 3.5 (PowerShell support)
  • Microsoft KB2533623



  • App-V Management Server minimum hardware requirements:
  • Processor Intel Pentium III 1 GHz
  • RAM 512 MB
  • Disk 200 MB available hard disk space (not including content directory)

  • App-V Management Server minimum software requirements:
  • Windows Server 2008 R2 and higher
  • Microsoft .NET 4 Framework (Full - Extended Version)
  • Windows Management Framework 3 / Powershell 3 (KB2506143)
  • Microsoft .NET Framework 3.5 (PowerShell support)



  • App-V Publishing Server minimum hardware requirements:
  • Processor Intel Pentium III 1 GHz
  • RAM 512 MB
  • Disk 200 MB available hard disk space (not including content directory)

  • App-V Publishing Server minimum software requirements:
  • Windows Server 2008 R2 and higher
  • Microsoft .NET 4 Framework (Full - Extended Version)
  • Windows Management Framework 3 / Powershell 3 (KB2506143)
  • Microsoft .NET Framework 3.5 (PowerShell support)
  • Microsoft KB2533623
  • app-v-publishing-server-prerequisites


    App-V Database Server minimum hardware requirements: (alleen nodig indien je een App-V Management Server wilt gebruiken)
  • Processor Intel Pentium III 1 GHz
  • RAM 512 MB
  • Disk 200 MB available hard disk space (not including content directory)

  • App-V Database Server minimum software requirements:
  • Windows Server 2008 R2 and higher
  • Microsoft SQL Server 2008 SP2 or Microsoft SQL Server 2008 R2 (Standard of Enterprise of Datacenter Versie - feature: Database Engine Services)
  • Microsoft .NET 4 Framework (Full - Extended Version)
  • Windows Management Framework 3 / Powershell 3 (KB2506143)
  • Microsoft .NET Framework 3.5 (PowerShell support)
  • Microsoft KB2533623




 



App-V 5 Infra Opties

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


  1. App-V v5 Full Infrastructure (Ten behoeve van groot schalige virtuele applicatie publishing)
    • Elk systeem maakt deel uit van het domein
    • App-V v5 Clients
    • App-V v4.6 Clients (optioneel en de App-V v4.6 clients dienen beheerd te worden door App-V v4.5 Server)
    • App-V v5 Management Server
    • App-V v5 Publishing Server
    • Content server voor URL of UNC streaming
    • Microsoft SQL Server
    • App-V v5 Reporting Server (optioneel)
    • Server componenten mogen over meerdere servers verdeeld worden


  2. App-V v5 en SCCM 2012 SP1 Integration Feature (Ten behoeve van de distributie van virtuele applicaties en overige installaties in een grote omgeving)
    • Elk systeem maakt deel uit van het domein
    • App-V v5 Clients
    • App-V v4.6 Clients (optioneel)
    • Configuration Manager 2012 SP1 (De content wordt gestreamed vanaf het SCCM Distributie Punt doormiddel van HTTP of wordt gedownload naar de lokale drive van de client)
    • App-V v5 Reporting Server (optioneel)


  3. Gebruik van third party Electronic Software Distribution (ESD) Systeem waarbij de installatie doormiddel van Windows Installer bestanden (.MSI) of Windows Powershell mogelijk is
    • App-V v5 Clients
    • App-V v4.6 Clients (optioneel)
    • ESD systemen waarbij het installeren doormiddel van Windows Installer bestanden (.MSI) of App-V v5 Powershell CmdLets of App-V v4.6 Sftmime commands mogelijk is (optioneel)
    • Content server ten behoeve van URL of UNC streaming
    • App-V v5 Reporting Server (optioneel)
    • Het is mogelijk dat er extra afhankelijkheden of benodigdheden vereist zijn ten behoeve van het ESD pakket van de leverancier


  4. App-V v5 Standalone Client in een Domein
    • Elk systeem maakt deel uit van het domein
    • App-V v5 Clients
    • App-V v4.6 Clients (optioneel)
    • Content server ten behoeve van URL of UNC streaming
    • Package bestanden kunnen ook lokaal op de client staan
    • Deze situatie is geschikt indien uw management van de App-V omgeving niet centraal ingericht hoeft te worden


  5. App-V v5 Standalone Client in een Werkgroep
    • Systemen maken geen deel uit van een domein
    • App-V v5 Clients
    • App-V v4.6 Clients (optioneel)
    • Package bestanden staan lokaal
    • Bedoeld als testomgeving




 



App-V Download

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


De App-V en Microsoft User Experience installaties zijn onderdeel van de MDOP Suite.
De Microsoft Desktop Optimization Pack (MDOP) is een suite van technologieën die beschikbaar zijn als een abonnement voor Software Assurance-klanten. MDOP virtualisatie technologieën helpen het personaliseren van de gebruikerservaring, vereenvoudigen de implementatie van toepassingen, en het verbeteren van de compatibiliteit van toepassingen met het Windows-besturingssysteem of tussen applicaties onderling. Daarnaast helpt MDOP bij het beheren, bewaken en implementeren van de belangrijkste Windows-functies. Met behulp van MDOP verschuift desktop support ondersteuning van reactief naar proactief en bespaart zowel de klant als de beheerorganisatie veel tijd en irritatie.

MDOP is op verschillende manieren te downloaden.

Voor test en evaluatie doeleinden kunnen MSDN en Technet abonnees MDOP op de volgende locatie downloaden:
MSDN MDOP Download
Technet MDOP Download

app-v-mdop-kosten-indicatie-2 Technet:
  • TechNet Plus SA Media
  • TechNet Plus (retail)
  • TechNet Direct (retail)
  • TechNet Plus (VL)
  • TechNet Plus Direct (VL)
  • TechNet Cert Partner
  • TechNet Gold Cert Partner
  • T1
MSDN:
  • VS Pro with MSDN Premium (Empower)
  • Developer AA
  • MSDN Universal (retail)
  • VSTS Team Suite (VL)
  • VSTS Architecture (VL)
  • VSTS Development (VL)
  • VSTS Test (VL)
  • VS Pro with MSDN Premium (VL)
  • MSDN Universal (VL)
  • VSTS Database (VL)
  • VS Pro with MSDN Premium (retail)
  • VSTS Test (retail)
  • VSTS Development (retail)
  • VSTS Architecture (retail)
  • VSTS Team Suite (retail)
  • VSTS Database (retail)
  • BizSpark Admin
  • BizSpark
app-v-group-policy-settings

Voor MDOP abonnees is de installatie op de volgende locatie te verkrijgen:
Microsoft Volume Licensing site (MVLS)

Hoe u MDOP kunt aanschaffen wordt op de volgende site uitgelegd:
Microsoft Volume Licensing

Wilt u meer te weten komen over de verschillende Microsoft Volume Licentie mogelijkheden, klik dan op deze Microsoft Volume Licensing Service Center (VLSC) How-to Videos Link


De Microsoft Desktop Optimization Pack Administrative Templates bevat de admx templates waarmee u de App-V 5.0 Group Policy instellingen en tevens voor UE-V kunt instellen en configureren.

U kunt de templates downloaden door op de link hieronder te klikken:
Download ADMX templates voor MDOP producten: UE-V and App-V



 



App-V Installatie

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


De installatie van de App-V 4.6 Client en Sequencer wordt in de filmpjes hieronder uitgebreid beschreven. De sources zijn op dezelfde locatie te downloaden als waar ook die van App-V versie 5.0 te downloaden zijn. (zie het artikel hierboven)

De installatie van de App-V 5.0 Client of Sequencer (deze mogen sinds de 5.0 versie van App-V ook naast elkaar op dezelfde pc draaien) stelt niet zoveel voor. Mocht u hiervoor een installatiehandleiding willen raadplegen dan kunt u die vinden bij de installatiesources waarvan ik in het artikel hierboven de download link heb toegevoegd. Indien u een overzicht van alle verschillende installatie parameters voor de App-V 5 Client wilt inzien, klik dan op deze App-V 5 Client Installatie Parameters Link

De App-V Server installatie (Management, Publishing en Database Server) heeft meer voeten in de aarde en stelt vergeleken bij de Client en Sequencer installatie iets meer voor. Afhankelijk van het Windows Server 2008 R2 of Server 2012 (ik heb hiervoor de Windows Server 8 Beta installatie gebruikt aangezien de 2012 versie tijdens het testen nog niet uitgebracht was) platform dien je een hele reeks installatie en configuratie stappen te doorlopen die op de volgende locatie uitgebreid beschreven staan:
App-V 5.0 Server installatiehandleiding

Indien je benieuwd bent naar alle App-V 5 Server installatie opties, klik dan even op deze App-V 5 Server Installatie Script Opties Link

Indien je de App-V Management Server wilt gebruiken dien je eerst (voor de installatie van de App-V server componenten) een SQL Server installatie uit te voeren op diezelfde server.
De volgende source heb ik gebruikt daar ook net de SQL Server 2012 Beta uitgekomen was:
Microsoft SQL Server Source
Microsoft SQL Server installatiehandleiding

Aangezien de Windows Server 8 Beta Server gebruik maakt van het 'Windows 8 Metro App Style Start Scherm' en de App-V 5 installatie de snelkoppeling naar de 'Application Virtualization Management Console' niet zichtbaar maakt en deze ook niet te vinden zijn tussen de 'Management Tools'(?) dien je de snelkoppeling zelf even op te zoeken op de volgende locatie:
"C:\ProgramData\Microsoft\Windows\Start Menu\Programs\Application Virtualization Management Console.lnk"

Je kan ook meteen in je internet explorer (vanaf elke pc in je domein met Silverlight en de IE browser) de volgende link opgeven:
"http://[FQDNManagementServer]:[poortnummer die je tijdens de installatie opgegeven hebt]/Console.html"

Toch stoer dat drie Beta installaties achter elkaar een werkend product oplevert :)



 



app-v-convert

App-V Upgrade

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


App-V 5.0 maakt het eenvoudig om te migreren van de App-V 4.6 SP2 Client naar de App-V 5.0 Client.
Om dit mogelijk te maken kan de App-V 5.0 Client op dezelfde computer naast de App-V 4.6 SP2 Client draaien.
Die Side by Side App-V MigrationMode optie wordt aleen ondersteund als App-V 4.6 SP2 geïnstalleerd is.

Voer de volgende stappen uit om meerdere versies van de App-V Client naast elkaar te ondersteunen:
1. Installeer App-V SP2 op de computer met App-V 4.6.
2. Installeer App-V 5.0 op dezelfde computer met App-V 4.6 SP2.
3. Typ de volgende PowerShell commands (elevated command prompt / Run as Administrator):
• PS > Set-ExecutionPolicy bypass -Scope CurrentUser (en Y)
• PS > Import-module appvClient en druk op Enter.
• PS > Set-AppvClientConfiguration -EnablePackageScripts 1
4. Publiceer het App-V 4.6 SP2 pakket aan de gebruikers.

Je kunt tevens met behulp van de App-V 5.0 Package Converter, de oude 4.6 SP2 App-V pakketten converteren naar het App-V 5.0 (.appv) bestandsformaat.

Let op! Het is niet mogelijk om een vorige App-V versie van de server installatie te upgraden naar App-V 5.0 (beta).



 



App-V 5 Migration Mode

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


Mocht u al een oude App-V omgeving hebben (minimaal versie App-V 4.6 SP2 HF2) en indien het re-sequencen en / of het converteren van alle App-V 4.6 virtuele pakketten voor de App-V 5-omgeving te lang gaat duren of op het moment te kostbaar blijkt, dan kunt u met de App-V 5 Migratie Mode een side-by-side migratie van App-V 4.x naar App-V 5 uitvoeren waardoor u geleidelijk aan kunt migreren. U kunt nieuwe versies / applicaties sequencen en uitrollen via de App-V 5 omgeving en client die naast de oude App-V 4 omgeving en client draait. De App-V 5 Migratie modus kan zowel via de App-V Client installatie, de App-V policies of de App-V registry instellingen geconfigureerd worden.



 



app-v-migration-mode

App-V Package Converter

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


App-V versie 4.x pakketten zijn niet compatible met de App-V versie 5 Client of Server. Gelukkig kan de versie 4.6 App-V Client naast de versie 5 App-V Client op het Client OS draaien waardoor u toch rustig kunt overstappen naar de nieuwe versie App-V. Daarnaast heeft Microsoft een Powershell App-V Package Converter beschikbaar gesteld die de oude App-V pakketten converteerd naar het App-V versie 5 formaat.

De App-V Package Converter neemt echter geen (extra) scripts of registry toevoegingen mee die in het oude App-V pakket door de sequencer waren toegevoegd en ook de Dynamic Suiting Composition <DEPENDENCIES> entries ten behoeve van het koppelen van de App-V applicaties onderling worden niet geconverteerd naar de App-V Connection Group entries (Connection Group vervangt DSC in de nieuwe versie van App-V). Daarnaast controleert de App-V Package Converter of het App-V 4.6 Package een <OS VALUE> lager als Windows 7 of Server 2008 R2 heeft. Een lagere waarde wordt namelijk niet ondersteund. Aangezien de oude App-V pakketten tijdens de installatie ten behoeve van de capture / het sequencen van het pakket, verwijzingen naar de Q: drive heeft, kan het voorkomen dat het oude pakket een harde verwijzing heeft naar de Q: drive die tijdens het converteren niet meegenomen wordt. U dient dan het manifest bestand aan te passen vooraf aan de conversie. Lege directories in het oude App-V pakket worden ook niet meegenomen waardoor die door het nieuwe App-V pakket niet worden aangemaakt tijdens de installatie. Dit betekend dat applicaties tijdens het opstarten die mappen niet beschikbaar hebben met een foutmeldingen als mogelijk gevolg. U kunt dit oplossen door in het oude App-V pakket een leeg tekstbestand toe te voegen vooraf aan de conversie. (MSI packagers die met Wise Package Studio gewerkt hebben herkennen dit probleem waarschijnlijk nog wel)

Overige informatie:

Microsoft heeft uitgebreide en duidelijke informatie op technet uitgebracht. Klik op deze App-V 5 Package Conversie / Migratie Technet Link

Lees voor aanvang eerst even de App-V 5 Known Issues

Op het softgridblog zijn nog een aantal uitstekende App-V Package Converter Tips en Scripts te vinden.

Handige Tip

Mocht je al een flink aantal App-V 5 pakketten op / voor een x64 omgeving gesequenced hebben en er later achter komen dat deze ook op een x86 omgeving uitgerold dienen te worden (of al de desbetreffende applicatie gesequenced hebben voor een andere klant met een x64 omgeving en nu voor je nieuwe klant hetzelfde pakket wilt uitrollen op een x86 omgeving) dan hoef je voor de meeste x64 pakketten enkel dat pakket te 'editten' op je x86 Sequence bak en daarna weer op te slaan om ze uit te kunnen rollen op die x86 omgeving. Ik geef zelf nooit een beperkend aantal OS-en op tijdens het sequencen maar de sequencer geeft zelf dus blijkbaar het bitness mee in het App-V pakket voor het OS waar het op gemaakt is. In de xml deployment bestanden kom ik het iedergeval niet tegen indien je het niet zelf configureerd.



 



app-v-files-old

App-V 4.x bestanden

Microsoft Certified - Jeroen Spaander



Het oude App-V bestandssysteem (tot versie 4.6) bestond uit de volgende bestanden:

SFT file:
Bevat de daadwerkelijke applicatie zoals; bestanden, registry informatie, fonts, COM en virtuele Services

XML file:
De XML of het 'Manifest' bestand verwijst naar alle OSD bestanden ten behoeve van de applicatie.

OSD file:
Het OSD bestand verwijst de (App-V) client naar de juiste App-V server en geeft aan hoe de applicatie in zijn eigen virtuele omgeving moet draaien.

ICO file:
De ICO bestanden (icon) zijn nodig voor de snelkoppelingen die naar de OSD bestanden verwijsen en waarmee je de virtuele applicaties opstart.

App-V 5.x bestanden

Microsoft Certified - Jeroen Spaander

 Bestand  Beschrijving

.APPV


Het Virtuele Applicatie Package bestand bevat alle applicatie bestanddelen en zijn georganiseerd in onderdelen en opgedeeld in blok formaat die geschikt zijn om te streamen.


.MSI


Het .msi bestand is een uitvoerbare installatie wrapper om de .appv bestanden en verzorgt de installatie van de .appv bestanden ten behoeve van standalone gebruik van de App-V Client.


DeploymentConfig.XML


Het DeploymentConfig .xml bestand wordt gebruikt om de standaard publishing parameters aan te passen voor alle applicaties in een .appv pakket. (Per Machine / AllUsers)


UserConfig.XML


Het UserConfig .xml bestand wordt gebruikt om de publishing parameters voor specifieke gebruikers aan te passen voor alle applicaties in een .appv pakket. (Per User)


.CAB


Optioneel: Het .cab (Package Accelerator) bestand wordt gebruikt om een vorige versie van een appv pakket opnieuw op te bouwen.


.APPVT


Optioneel: Het .appvt bestand is een template voor de sequencer om gebruik te kunnen maken van veel voorkomende sequencer instellingen.

   



Het App-V bestandsformaat vanaf versie 5.0 bestaat uit de volgende bestanden: (hernoem de .appv extentie naar .zip en de gecomprimeerde inhoud van het .appv bestand is leesbaar) app-v-5-file-format
  • Root Directory containing the file system for the virtualized application that was captured during sequencing.
  • [Content_Types].xml Identifies the core content types in the AppV file (e.g. DLL, EXE, BIN)
  • AppxBlockMap.xml Contains the layout of the AppV file utilizing File, Block, and BlockMap elements that enable location and validation of files in the App-V package.
  • AppxManifest.xml Metadata for the package that contains required information for adding, publishing, launching the package. Includes the names and GUIDs associated with the package, as well as extension points (file type associations and shortcuts).
  • FilesystemMetadata.xml Contains a list of the files captured during sequencing including attributes (e.g. Directories, Files, Opaque Directories, Empty Directories, Long and short names).
  • PackageHistory.xml Information about the sequencing machine (OS version, IE version, .Net framework version) and process (Upgrade, Package version).
  • Registry.dat Registry keys and values captured during the sequencing process for the package.
  • StreamMap.xml Contains the list of files for the Primary and publishing feature block. The publishing feature block contains the ICO files and required portions of files (EXE and DLL) for publishing the package. The Primary Feature Block, when present, includes files optimized for streaming during the sequencing process.


Benieuwd naar de functie van de verschillende App-V 5.0 bestanden in het .appv pakket? App-V 5.0 blog van Virtual Vibes.



LET OP:
Installatie naar de Primary Virtual Application Directory (PVAD) tijdens het sequencen wordt weggeschreven naar de [{AppVPackageRoot}] (Root) folder in het App-V 5 pakket.
Mocht je op zoek zijn naar je hoofd applicatie installatie folder (PVAD / INSTALLDIR) in de 'bubble' van je virtuele applicatie, lees eerst deze blog entry van Tim Mangan:
App-V 5 and PVAD
In het kort: Waar je via de explorer / cmd prompt in de vorige versie van App-V nog vanuit de bubble naar je 'echte' applicatie directories van je virtuele installatie kon browsen, is dit met App-V 5 niet meteen mogelijk. Indien je het 'echte' pad volledig intypt in de explorer van je gebruikte PVAD / INSTALLDIR ( b.v. C:\Program Files (x86)\ApplicatieInstallatieFolder ) vanuit de bubble, dan kom je er wel. Maar een dir opdracht vanuit de command prompt in die virtuele omgeving geeft de directory niet weer. Mocht je even snel willen zien waar die ROOT folder van je virtuele pakket naar toe redirect: hernoem het .appv package bestand naar .zip en open het FileSystemMetadata.xml bestand waarin wordt aangegeven waar de ROOT folder van je App-V 5 pakket heen redirect.

Hieronder nog een aantal leuke discussie blog entries met betrekking tot het wel of niet installeren naar PVAD tijdens het sequencen van App-V 5 applicaties:
App-V 5 Tokenized paths PVAD VFS and Write Mode
App-V 5 Installing to the PVAD
Updated Connection Group Sequencing and PVAD

Klik op deze link indien je op zoek bent naar alle App-V 5.0 Virtual Environment Variables: App-V 5.0 Virtual Environment Variables Overzicht





 



App-V 5 Data Locaties

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


De App-V 5 Client voert een aantal taken uit om ervoor te zorgen dat de virtuele applicaties correct functioneren en het uiterlijk van traditioneel geïnstalleerde toepassingen krijgen.
Het proces van het opstarten en werken met virtuele applicaties vereist mappings van en naar het virtuele bestandssysteem en register om ervoor te zorgen dat de toepassing beschikt over de vereiste componenten die benodigd zijn voor het correct functioneren. De volgende tabel geeft een gedetailleerd overzicht van de locaties waar de App-V 5 Client uw virtuele applicatie bestanden opslaat.

Het volgende stuk vond ik interessant en leest ook nog eens lekker weg: App-V 5 and User Environment Management

Naam Locatie Beschrijving

Package Store

%ProgramData%\App-V

Standaardlocatie voor package read-only bestanden

Machine Catalog

%ProgramData%\Microsoft\AppV\Client\Catalog

Bevat per machine configuratie bestanden

User Catalog

%AppData%\Microsoft\AppV\Client\Catalog

Bevat per gebruiker configuratie bestanden

Shortcut Backups

%AppData%\Microsoft\AppV\Client\Integration\ShortCutBackups

Opslaglocatie t.b.v. Integratie publicatie herstelpunt

Copy on Write (COW) Roaming

%AppData%\Microsoft\AppV\Client\VFS

Schrijfbare roaming-locatie voor pakket modificatie

Copy on Write (COW) Local

%LocalAppData%\Microsoft\AppV\Client\VFS

Schrijfbare NON roaming-locatie voor pakket modificatie

Machine Registry

HKLM\Software\Microsoft\AppV

Bevat status informatie van een pakket, incl. VReg voor machine of voor alle gebruikers gepubliceerde pakketten (Machine Hive)

User Registry

HKCU\Software\Microsoft\AppV

Bevat de gebruiker status informatie van een pakket, incl. VReg

User Registry Classes

HKCU\Software\Classes\AppV

Bevat extra gebruiker status informatie van een pakket





 



App-V 5 Folder Redirection

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


App-V 5.0 SP2 ondersteunt AppData folder redirection.
Wanneer de virtuele omgeving wordt gestart, wordt de roaming-AppData status vanuit de Roaming AppData directory van de gebruiker gekopieerd naar de lokale cache. Omgekeerd; wanneer de virtuele omgeving wordt afgesloten, wordt de lokale cache die gekoppeld is aan de specifieke gebruiker weer terug geschreven naar de daadwerkelijke Roaming AppData directory van die gebruiker.

De huidige App-V Client VFS driver kan nog niet rechtstreeks naar netwerk locaties schrijven. De App-V Client detecteerd de Folder Redirection geconfiguratie en kopieert de gegevens naar het lokale station tijdens het publiceren van het App-V pakket en tijdens het opstarten van de Virtuele Omgeving van het App-V pakket. Indien de gebruiker de App-V applicatie afsluit en de virtuele omgeving door de Client wordt afgesloten wordt de lokale opslag van de VFS AppData lokatie terug naar het netwerk gekopieerd. Indien een gebruiker daarna op een andere pc inlogt wordt dit proces weer herhaald.

Een standaard App-V pakket heeft meerdere opslag locaties waar voor de gebruiker applicatie instellingen in zowel AppData\Local en AppData\Roaming wordt op geslagen.
Deze locaties zijn de Copy on Write locaties die worden gebruikt om door de gebruiker aangebrachte wijzigingen van het VFS in het pakket op te slaan en zo het originele VFS te beschermen. Die wijzigingen door de gebruiker worden dus opgeslagen in zijn gebruikersprofiel.

De onderstaande tabel toont die opslag locaties, voor zowel lokale als roaming directories, indien Folder Redirection NIET is geimplementeerd.

VFS directory in het pakket Mapped locatie of backing store

ProgramFilesX86

C:\users\[USER]\AppData\Local\Microsoft\AppV\Client\VFS\<GUID>\ProgramFilesX86

SystemX86

C:\users\[USER]\AppData\Local\Microsoft\AppV\Client\VFS\<GUID>\SystemX86

Windows

C:\users\[USER]\AppData\Local\Microsoft\AppV\Client\VFS\<GUID>\Windows

APPV_ROOT

C:\users\[USER]\AppData\Local\Microsoft\AppV\Client\VFS\<GUID>\APPV_ROOT

AppData

C:\users\[USER]\AppData\Roaming\Microsoft\AppV\Client\VFS\<GUID>\AppData



Indien Folder Redirection WEL ingesteld is voor de [APPDATA] directory, wordt die locatie in de regel naar een netwerk locatie geredirect. (zie de onderstaande tabel)

VFS directory in package Mapped location of backing store

ProgramFilesX86

C:\users\[USER]\AppData\Local\Microsoft\AppV\Client\VFS\<GUID>\ProgramFilesX86

SystemX86

C:\users\[USER]\AppData\Local\Microsoft\AppV\Client\VFS\<GUID>\SystemX86

Windows

C:\users\[USER]\AppData\Local\Microsoft\AppV\Client\VFS\<GUID>\Windows

APPV_ROOT

C:\users\[USER]\AppData\Local\Microsoft\AppV\Client\VFS\<GUID>\APPV_ROOT

AppData

\\Fileserver\users\[USER]\roaming\Microsoft\AppV\Client\VFS\<GUID>\AppData



Voor een uitgebreid overzicht van de verschillende situaties die voor kunnen komen bij het instellen van roaming / redirection in combinatie met App-V 5: App-V and Folder Redirection



 



App-V Sequencing Guide

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


App-V 4.6 SP1 Sequencing Guide

App-V 5 Sequencing Guide


Download all App-V Guides / Whitepapers



 



Stap 1: Het creeren van Virtuele Applicaties

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


app-v-4-1-create-virtual-application
Maak een Virtuele Applicatie met behulp van de App-V Sequencer 4.6

De Application Virtualization (App-V 4.6) Sequencer is een krachtige en makkelijk te gebruiken tool die IT-professionals in staat stelt om traditionele toepassingen om te zetten in App-V virtuele applicaties.

In deze video leert u hoe u een nieuwe virtuele applicatie met behulp van de App-V sequencer maakt. Daarnaast leert u ook over de verschillende bestanden die deel uitmaken van een App-V virtuele applicatie.

Klik op de 'Play' knop van de video links om de film op te starten. Klik daarna twee keer op de pauze knop op de film die na een paar seconden zichtbaar wordt.





 



Stap 2: Het starten van Virtuele Applicaties

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


app-v-4-2-launch-virtual-application
Het starten van een Virtuele Applicatie en het controleren van de Client Configuratie 4.6

De Application Virtualization (App-V) Client biedt IT-beheerders een flink aantal flexibele configuratie-opties. Deze video geeft een overzicht van de gebruikerservaring bij het opstarten van een applicatie en behandeld oa de volgende onderwerpen:

• Hoe kunt u de configuratie zoals; 'Verzenden naar' en 'File Type Associations' (FTA's) tijdens het packaging proces in een App-V pakket verwerken.
• Hoe kunt u bijvoorbeeld een App-V-melding voorkomen wanneer een toepassing opgestart wordt, en andere client-configuratie instellingen configureren.
• Leer hier op welke manier App-V een naadloze gebruikerservaring verzorgt, terwijl conflicten tussen het OS of andere applicaties voorkomen worden.

Klik op de 'Play' knop van de video links om de film op te starten. Klik daarna twee keer op de pauze knop op de film die na een paar seconden zichtbaar wordt.

Windows-Media-Player-Next-Button



 



Stap 3: Het publiseren van Virtuele Applicaties

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


app-v-4-3-publish-virtual-application
Publicatie van een Virtuele Applicatie in volledige App-V 4.6 InfrastructuurModus

De Applicatie Virtualisatie (App-V) Management Console stelt u in staat om virtuele applicaties te publiceren naar uw eindgebruikers en licentie meetregels in te stellen als overzichten van uw applicaties te genereren.
In deze video leer je o.a. het volgende:

• Hoe importeer je een virtuele applicatie ten behoeve van het publiceren van die applicatie.
• Hoe maakt u een 'File Type Associations' (FTA's) aan indien u ervoor gekozen heeft om dit niet te doen tijdens het packaging proces.
• Hoe wijst u een Toepassingen toe aan de juiste gebruikers doormiddel van Active Directory security distributie groepen.

Klik op de 'Play' knop van de video links om de film op te starten. Klik daarna twee keer op de pauze knop op de film die na een paar seconden zichtbaar wordt.

Windows-Media-Player-Next-Button



 



Stap 4: Het updaten van Virtuele Applicaties

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


app-v-4-4-update-virtual-application
Het bijwerken van een Virtuele Applicatie met behulp van App-V 4.6

Het Applicatie Virtualisatie (App-V) update proces start op het moment dat de gebruiker de applicatie opstart.
Het updaten van virtuele applicaties met behulp van App-V is een eenvoudig proces dat geen invloed op de productiviteit van gebruikers heeft daar het niet nodig is dat de gebruiker zelf een toepassing installeert. Daarnaast is een reboot niet meer nodig.
Maak u zelf vertrouwd met de upgrade-ervaring vanuit het gebruikersperspectief en leer hoe u een virtuele applicatie lifecycle met behulp van App-V dient te beheren.

Klik op de 'Play' knop van de video links om de film op te starten. Klik daarna twee keer op de pauze knop op de film die na een paar seconden zichtbaar wordt.

Windows-Media-Player-Next-Button



 



Stap 5: Het uitfaseren van Virtuele Applicaties

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


app-v-4-5-deprovision-virtual-application
Het verwijderen van een Virtuele Applicatie met App-V 4.6

Een van de grote voordelen van Applicatie Virtualisatie (App-V) is de mogelijkheid om een applicatie uit te faseren zonder enige invloed op productiviteit van de gebruiker.
In deze video ziet u hoe u snel en gemakkelijk een virtuele applicatie met behulp van App-V kan uitfaseren.

Klik op de 'Play' knop van de video links om de film op te starten. Klik daarna twee keer op de pauze knop op de film die na een paar seconden zichtbaar wordt.

Windows-Media-Player-Next-Button




 



Stap 6: Het gebruik van Virtuele Office Applicaties

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


app-v-4-6-run-office-virtual
Het werken met Microsoft Office in een App-V 4.6 gevirtualiseerde omgeving

Met App-V, kunt u meerdere versies van applicaties op dezelfde pc draaien terwijl de gebruikers niet negatief beïnvloed worden tijdens een snelle implementatie of migratie van applicaties of applicaties suites.
Conflicten in bestandsformaten tussen verschillende versies van dezelfde applicaties horen tot het verleden.
In deze video zult u zien dat twee verschillende versies van Microsoft Office Word zonder problemen naast elkaar draaien terwijl toch gegevensuitwisseling tussen die verschillende versies mogelijk is.

Klik op de 'Play' knop van de video links om de film op te starten. Klik daarna twee keer op de pauze knop op de film die na een paar seconden zichtbaar wordt.





 



Stap 7: Het beheren van Virtuele Applicatie Licenties

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


app-v-4-7-manage-virtual-application-licences
Licenties beheren met gebruik van de App-V 4.6 ingebouwde tooling

De Applicatie Virtualisatie (App-V) Management Console stelt u in staat om virtuele applicaties te publiceren naar uw eindgebruikers en licentie meetregels in te stellen zonder extra software of tools.
In deze video leert u o.a. het volgende:

• Hoe u een 'licentie Regel' aanmaakt, toepast en rapporten maakt van de resultaten.
• Wat de gebruiker ervaart zodra een 'Licentie Regel' van toepassing is.
• Het belang van meten binne een grote IT omgeving ten behoeve van het beheersen van de toegang en de aankoop van het juiste aantal licenties.

Klik op de 'Play' knop van de video links om de film op te starten. Klik daarna twee keer op de pauze knop op de film die na een paar seconden zichtbaar wordt.





 



Stap 8: Het gebruik van Dynamic Suiting

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


app-v-4-8-dynamic-suiting
Het gebruiken van Dynamic Suite Composition (DSC) in App-V 4.6

Dynamic Suite Compositie (DSC) biedt de mogelijkheid om applicaties met elkaar onderling te verbinden ten behoeve van het delen van gemeenschappelijke, niet-conflicterende afhankelijkheden zoals de add-ins en middleware componenten.
DSC helpt ook met het vereenvoudigen van permissie beheer (rechten). Indien de juiste machtigingen toegekend zijn aan de gebruiker zal de gebruiker automatisch de plug-in ontvangen de volgende keer dat de toepassing wordt gestart zonder te wachten op de installatie en zonder dat de gebruiker een extra activiteit hoeft uit te voeren.
Deze video loopt u door het eenvoudige proces van het gebruik van de DSC tool, en laat zien hoe u een plug-in afhankelijkheid in Microsoft Office Word met behulp van DSC kan aanmaken.

Klik op de 'Play' knop van de video links om de film op te starten. Klik daarna twee keer op de pauze knop op de film die na een paar seconden zichtbaar wordt.





 




app-v-dna

App-V Tips & Tricks

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


Aanbevolen App-V Best Practices:

  • Gebruik een virtuele pc om op te sequencen in plaats van een fysieke pc
  • Gebruik een 'out of the box' installatie van het besturingssysteem om op te sequencen zonder overige basis applicaties (geen virusscanner of overige extra's)
  • Zorg ervoor dat het besturingssysteem dezelfde versie, taal en platform type heeft als het uiteindelijke doel OS
  • Koppel middleware installaties zoals .NET en Redistributables los van de applicatie en lever de middleware installaties mee met het OS (LET OP: wijziging)
  • Creeer een extra snapshot inclusief Office ten behoeve van het sequencen van applicaties die gebruik maken van Office
  • Richt uw sequence pc in volgens de App-V Sequence PC Best Practices
  • Na elke sequence dient u een 'schoon' snapshot terug te zetten
  • Sequence x86 applicaties op een 86x besturingssysteem (OS) zelfs indien de 32 bit applicatie voor een 64-bits client bestemt is (geldt alleen voor App-V versie 4.5/6)
  • Sequence met dezelfde User Account Control (UAC) instelling die op het doel OS gebruikt gaan worden
  • Pak self-extracting setup bestanden uit naar de %temp% directory van de sequencing machine voorafgaand aan het sequencen
  • Gebruik altijd de default 'Primaire Virtual Application Directory' (PVAD) van de originele installatie LET OP: zie *1
  • Schakel de 'Auto Update' functie van de applicatie uit
  • Schakel de 'Install on First Use' functie van de applicatie uit en voeg die configuratie toe tijdens de 'Capture First Use Settings' stap van het sequencen
  • Configureer de 'First Use Settings' waarbij de eventuele activatie / registratie en gewenste gebruiker instellingen meegenomen kunnen worden
  • Het creeren van 'functie blokken' wordt aanbevolen
  • (tenzij de implementatiemethode voor App-V pakketten door SCCM met de optie 'Download Locally before Run' verzorgt wordt of er gebruik wordt gemaakt van de Standalone App-V functie)
  • Definieer 'Bestemd voor besturingssystemen: in de Deployment tabblad' alleen in situaties waar het nodig is, zoals toepassingen gesequenced specifiek voor Remote Desktop Services (voorheen Terminal Services) of wanneer het App-V pakket alleen werkt op een specifiek besturingssysteem of platform type (32-bit vs 64-bit)


*1)
Installatie naar de Primary Virtual Application Directory (PVAD) tijdens het sequencen wordt weggeschreven naar de [{AppVPackageRoot}] (Root) folder in het App-V 5 pakket.
Hieronder een aantal leuke discussie blog entries met betrekking tot het wel of niet installeren naar PVAD tijdens het sequencen (App-V 5) van applicatie installaties:
App-V 5 Tokenized paths PVAD VFS and Write Mode
App-V 5 Installing to the PVAD
Updated Connection Group Sequencing and PVAD

Extra informatie over het wel of niet installeren naar PVAD, VFS of het opschonen van je pakket:
Lees de App-V 5 Research Series van Tim Mangan



 




app-v-sequencing-pc-exclusion

App-V Sequencing PC

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


Hieronder geef ik een aantal tips & tricks om de virtuele (re) packaging / sequencer pc in te richten. Het is de bedoeling dat er zo weinig mogelijk geratel en beweging van het OS wordt meegenomen in het MSI / App-V pakket / ? en alleen de applicatie installatie componenten en configuratie meegenomen wordt. Om dit te bereiken gaan we een aantal diensten uit zetten die we niet nodig hebben op het OS maar wel voor vervuiling in het MSI / App-V / ? pakket kunnen veroorzaken. (LET OP: aan deze tips & tricks kunnen geen rechten worden ontleend en het toepassen geschied op eigen risico)

Zorg ervoor dat uw virtuele packaging / sequencing pc een identieke versie, taal en platform type OS heeft als uw doel OS.

Maak de virtuele (re) packaging / sequencing pc in de eerste instantie niet lid van het domein. Indien er veel applicaties met een backend connectie ge-sequenced / (re)packaged dienen te worden dan kunnen we later alsnog de virtuele pc lid maken van het domein (extra VM snapshot) nadat we de VM snapshots zonder domein lidmaatschap genomen hebben. Hierdoor hoeven we het geratel van het domein niet uit onze pakketten te verwijderen.

Services uitschakelen: (Start Services.msc en stop de volgende services en pas de 'Startup Type' waarde aan naar 'Disabled')

  • Windows Defender (WinDefend)
  • Windows Firewall (MpsSvc) - Afhankelijk of deze op het doel OS uit of aanstaat en het type package (MSI aan - App-V uit (heeft geen zin))
  • Windows Search (WSearch)
  • Windows Update (wuauserv)


Overige:

  • Installeer alle Middleware (redistributables en runtimes)
  • Zorg dat het virtuele packaging / sequencing systeem voorzien is van de laatste updates, patches en Service Packs, gelijk aan het doel OS
  • User Account Control Uitschakelen (afhankelijk of op het doel OS UAC aan of uitgezet wordt)
  • Windows Update Uitschakelen (via de interface)
  • Microsoft Action Center Melding uitschakelen
  • System Protection Uitschakelen
  • Performance Configureer de volgende optie:'Adjust for best performance'
  • MSConfig.exe Check Run / Startup en verwijder onnodige Startup / Run entries
  • Microsoft App-V Sequencer Tools/Options/Exclusions Add: [{Windows}]\installer(VFS) (LET OP: 98 procent van de App-V pakketten heeft die originele MSI bestanden niet nodig. 2% dus wel.)
  • Microsoft App-V Sequencer Tools/Options/Exclusions Add: REGISTRY\MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\Windows\CurrentVersion\Uninstall (VRG)
  • Microsoft App-V Sequencer Tools/Options/Exclusions Add: REGISTRY\MACHINE\SOFTWARE\Wow6432Node\Microsoft\Windows\CurrentVersion\Uninstall (VRG)
  • Microsoft App-V Sequencer Tools/Options/Exclusions Delete: [{LocalAppData}] - [{Personal}] - [{Profile}]\Local Settings

LET OP: die laatste exclusion van Personal Data Locaties voeg ik enkel toe in het geval dat er bestanden op die locaties ontbreken die benodigd zijn en niet worden aangemaakt tijdens het opstarten van de applicatie.
Check tijdens het sequencen altijd je sequence log voor bestanden die ge-exclude zijn voor die locaties. (Meestal kun je die exclusions dus weglaten.)

Maak een Sequencer Template File (File - Save As Template... - Libraries\Documents)
Sluit de Sequencer af en log uit.
Maak hierna een snapshot van je virtuele sequencing / (re)packaging pc.

Installeer hierna Office (dezelfde versie als gebruikt gaat worden in het doel OS), start alle office applicaties een keer op met het sequencing account en maak nogmaals een snapshot.
(applicaties met een office afhankelijkheid (re)packagen / sequencen we op deze VM)

Vergeet niet om telkens een schoon snapshot van je VM en je Sequencer Template (File - Load Template...) in te laden voordat je met een nieuwe uitdaging aan de slag gaat.

Extra informatie over het wel of niet installeren naar PVAD of het opschonen van je pakket:
Lees de App-V 5 Research Series van Tim Mangan

LET OP: Sinds App-V 5 SP3 is het niet meer nodig om het PVAD op te geven vooraf aan het sequencen van een applicatie. Die mogelijkheid ontbreekt zelfs in de SP3 versie van de sequencer. Voor een klein aantal applicaties is dit echter nog wel nodig. Indien je toch vooraf het PVAD dient op te geven kun je op twee manieren het invoerveld weer tevoorschijn toveren:
"C:\Program Files\Microsoft Application Virtualization\Sequencer\Sequencer.exe" -EnablePVADControl
Of voeg een DWORD HKLM\Software\Microsoft\AppV|Sequencer\Compatibility\EnablePVADControl met waarde 1 toe waardoor hij altijd opstart met het PVAD invoerveld.



 



App-V 5 Sequencing Recipe

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


De afgelopen jaren heb ik al heel wat uitzoekwerk verricht om verschillende applicaties aan de praat te krijgen in een variatie aan omgevingen met App-V en daarna de intentie gehad om die stappen om tot een goed werkende oplossing te komen in een App-V recipe op te nemen zodat jullie er ook wat aan hebben. Een aantal zijn er zelfs als draft versie in mijn email beland onder de header "DOEN - App-V" maar afgezien van wat App-V scripts en workarounds ben ik er nooit aan toegekomen. Vandaag heb ik mijn best gedaan en er 1 op papier gezet. Hij was voor App-V 5 nog niet te vinden en ik hoop dat ik er iemand mee kan helpen die nergens anders terecht kon:

Recipe for Sequencing .NET 4 with App-V 5


Aaron Parker heeft op zijn Delicious website een hoop recepten staan voor App-V en daarnaast heeft Dan Gough ook een aantal interessante App-V Sequencing Recipes geschreven.



 



App-V 5 Global versus User Publishing

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


App-V 5 pakketten kunnen na de Add-Package actie (welke het pakket enkel op het systeem plaatst / bekend maakt) op twee manieren gepubliceerd worden en daarmee beschikbaar gesteld worden;
Global(ly) voor alle gebruikers die inloggen op de desbetreffende machine of aan enkel een specifieke gebruiker of groep gebruikers.

  • Globally published: de virtuele applicatie wordt gepubliceerd naar een machine en kan door alle gebruikers op die computer gebruikt worden.
    Een upgrade van een App-V pakket zal uitgevoerd worden wanneer de App-V Client Service opstart (wat in feite een machine herstart betekent).

  • User published: de virtuele applicatie wordt naar een gebruiker (of gebruikers lid van een AD groep) gepubliceerd.
    Een upgrade van een App-V pakket zal uitgevoerd worden wanneer de gebruiker inlogt of bij publishing refresh.




 



App-V 5 Extensie Regels

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


De bestanden die benodigd zijn voor het publiceren van App-V 5 pakketten (manifest en dynamische configuratie bestanden) bieden verschillende extensie punten die de integratie met het lokale besturingssysteem mogelijk maken. De extensie punten zijn benodigd voor het aanmaken van typische applicatie componenten, zoals het plaatsen van snelkoppelingen, het creëren van bestandstypeassociatie en registersleutels.

App-V 5 ondersteunde extensies:
  • Shortcuts
  • File Type Associations
  • Shell Extensions
  • COM
  • Software Clients
  • Application capabilities
  • URL Protocol Handler
  • AppPath
  • Virtual Application


De extentiepunten hierboven worden in het besturingssysteem geintegreerd op basis van hoe het App-V 5 pakket gepubliceerd is.
Global(ly) gepubliseerde App-V pakketten (per machine / voor alle gebruikers) plaatsen extensie punten in openbare machine locaties.
Aan gebruiker(s) gepubliseerde App-V 5 pakketten plaatsen die extensie punten op gebruiker locaties.

Voorbeeld:
een bureaublad snelkoppeling die global(ly) gepubliceerd wordt opgeslagen in: %Publiek%\Desktop en de register gegevens in: HKLM\Software\Classes
Dezelfde snelkoppeling van een App-V 5 pakket wat aan gebruiker(s) gepubliseerd wordt wordt op de volgende locatie opgeslagen: %UserProfile%\Desktop en HKCU\Software\Classes

Extentie punten worden niet allemaal op een identieke wijze gepubliceerd. Sommige extentie punten vereisen een globale wijze van publiseren en weer anderen dienen ge-sequenced te worden op het specifieke besturingssysteem en architectuur waar ze op uitgerold gaan worden.
Hieronder is een tabel die de specifieke benodigdheden / vereisten voor het sequencen en deployen van App-V 5 exentiepunten voorschrijft.

Virtuele Extensies Sequence op identiek doel OS Dient Global(ly) gepubliseerd te worden

Shortcut

File Type Association

URL Protocols

X

AppPaths

X

COM Mode

Software Client

X

Application Capabilities

X

X

Context Menu Handler

X

X

Drag-and-drop Handler

X

Data Object Handler

X

Property Sheet Handler

X

Infotip Handler

X

Column Handler

X

Shell Extensions

X

Browser Helper Object

X

X

Active X Object

X

X



TIP
Steve's Gladiator Blog on App-V Application Capabilities and Url Protocol Handlers



 



App-V 5 (IE) Browser Integratie

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


Ondanks dat het al bijna anderhalf jaar (sinds halverwege 2013) mogelijk is om virtuele applicaties te laten integreren met bijvoorbeeld de lokale Internet Explorer zonder dat daar extra truukjes voor nodig zijn (zoals het opstarten van de IE exe met de appvve switch of gebruik te maken van de RunVirtual regkey etc.) blijkt dit nog steeds niet bij iedereen bekend te zijn. Internet Explorer Addin / Plugin Virtuele Integratie is een standaard App-V 5 functionaliteit en dat betekend dat we nog minder (baseline) MSI installaties op hoeven te leveren :)

Overige Blog entries over App-V 5 SP2 Extentie Integratie:
Microsoft: App-V 5.0 SP2 shell extension support
Virtual Vibes: Shell Extensions and Runtime Integration with App-V 5 SP2



 



App-V 5 Scripting

Microsoft Certified - Jeroen Spaander
app-v-5-scripting-deployment-execution-flow

Afhankelijk van het stadium waarin de uitrol van een virtueel applicatie pakket zich bevind, en of deze aan een machine of gebruiker gepubliseerd is, zijn er verschillende mogelijkheden met betrekking tot het uitvoeren van scripts en de rechten waarmee die scripts uitgevoerd worden.

Zoals in de App-V 5 Global versus User Publishing post beschreven, kan een virtueel applicatie pakket aan zowel een machine / voor alle gebruikers van die machine (global) gepubliseerd worden of aan een specifieke gebruiker of gebruikers in een (applicatie) AD groep.

Aangezien een virtuele applicatie niet beschikbaar gesteld kan worden (aan een computer / voor alle gebruikers op die computer of aan een gebruiker / ad groep met gebruikers) voordat het pakket aan de machine is toegevoegd (Add-Package actie) hebben we hieronder de volgorde van het opstarten van de verschillende mogelijke acties en de daaraan gekoppelde script uitvoer momenten in een App-V deployment weergegeven:

MachineScripts (script-events):
AddPackage
PublishPackage
UnpublishPackage
RemovePackage

UserScripts (script-events):
PublishPackage
StartVirtualEnvironment RunInVirtualEnvironment="true" (or false)
StartProcess RunInVirtualEnvironment="true" (or false)
ExitProcess
TerminateVirtualEnvironment
UnpublishPackage


Hieronder een overzicht van de context waarin je bepaalde script acties kunt aftrappen
app-v-5-custom-config-xml-context-script-events

In het overzicht rechts boven (welke ik van het technet GLADIATOR@MSFT blog geplukt heb), is een overzicht gegeven van de mogelijke script momenten en de daarbij horende rechten.

De custom scripts worden ten behoeve de App-V 5 deployment geplaatst en uitgelezen uit de Deployment of UserConfig.xml bestanden die of via de App-V 5 Management Console of via de Powershell App-V 5 Deployment Commandline opties gekoppeld worden aan de App-V Deployments.

Zie onderaan de App-V Powershell Scripting post een flink aantal voorbeelden van mogelijke custom deployment xml bestanden en powershell scripts.















 



App-V 5 Custom Config

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


 Bestand  Beschrijving

DeploymentConfig.XML


Het DeploymentConfig.xml bestand wordt gebruikt om de standaard publishing parameters aan te passen voor alle applicaties in een .appv pakket. (Per Machine / AllUsers)


UserConfig.XML


Het UserConfig.xml bestand wordt gebruikt om de publishing parameters voor specifieke gebruikers aan te passen voor alle applicaties in een .appv pakket. (Per User)

   


Een veel gestelde vraag die ik vaak als eerste krijg van App-V 4.x Sequencers, betreft de mogelijkheid en de locatie waar in App-V 5 de custom scripts toegevoegd en uitgevoerd dienen te worden. Hieronder het voorbeeld hoe ik een (extern) secedit script, die ik in het hoofdstuk Office Connection Group (t.b.v. het rechten zetten op virtual Addins / Plugins) gebruik, toevoeg aan een Custom DeploymentConfig.xml bestand welke je daarna gebruikt om via de App-V 5 Management Console of via de Powershell App-V 5 Deployment Commandline opties aan het App-V deployment te koppelen. (zie onderaan de App-V Powershell Scripting post een flink aantal voorbeelden van mogelijke custom deployment xml bestanden en powershell scripts)

LET OP: Vanaf App-V 5.0 SP2 Hotfix 4 heb je de mogelijkheid om vanuit de sequencer de rechten vrij te geven van het virtuele bestandssysteem binnnen je pakket.
Zie de post over Set-Acl on [{AppVPackageRoot}] voor meer info.


Custom DeploymentConfig XML

Om te laten zien dat je de default config ook daadwerkelijk hebt overschreven tijdens de onderstaande handelingen laden we eerst het originele App-V pakket in de Management Console.
Voor het net ingeladen App-V pakket verwijderen we vanuit de Management Console een snelkoppeling. (zodat we straks kunnen zien dat we de nieuwe config hebben ingeladen)
Maak een kopie als backup van de deploymentconfig.xml die in dezelfde directory staat als je .appv pakket.
Open de deploymentconfig.xml en browse helemaal naar onder en geef een aantal enters tussen Pijl naar links - Machine Scripts Example - customize and uncomment to use machine scripts Pijl naar rechts en de daarop volgende Pijl naar links.
Kopieer nu het stuk (in dit geval Machine) Script uit het voorbeeld daaronder en wijzig het script naar gelang de actie/functie die je wilt uitvoeren.

app-v-5-edit-custom-deploymentconfig-xml

Voeg nu je exe met switches op die je graag wilt aftrappen tijdens de Add-AppvClientPackage actie. (zie het secedit voorbeeld hieronder)

app-v-5-custom-deploymentconfig-xml-secedit

LET OP!
Mocht je inderdaad custom security rechten gaan zetten op de directory structuur van je App-V pakket dan hebben we ook het Set-Acl Powershell Script waarmee veel makkelijker en dynamisch de juiste rechten gezet kunnen worden.
Vanaf App-V 5.0 SP2 Hotfix 4 biedt de App-V 5 Sequencer in het Advanced Tab een extra optie om volledige rechten te geven op het virtuele bestandssysteem.

Sla je Custom DeploymentConfig.xml op.

Gebruik nu de App-V 5 Management Console of de Powershell App-V 5 Deployment Commandline opties om je Custom User of Deployment Config aan je App-V pakket te koppelen.



 



App-V 5 Advanced Management Console

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


In de App-V Scripting & App-V Custom Config posts in dit blog is uitgelegd dat je tijdens de App-V deployment, maatwerk / klant specifieke instellingen en scripts mee kunt leveren tijdens de verschillende momenten van het beschikbaar stellen van een virtuele applicatie. Die klantspecifieke instellingen of scripts kan je mij inziens het beste opnemen en uitrollen via de App-V User of DeploymentConfig.xml bestanden. In het voorbeeld hieronder koppel ik via de App-V 5 Management Console een Custom User of DeploymentConfig.xml bestand aan een App-V pakket.


Custom DeploymentConfig XML

Om te laten zien dat je de default config ook daadwerkelijk hebt overschreven tijdens de onderstaande handelingen laden we eerst het originele App-V pakket in de Management Console.
Voor het net ingeladen App-V pakket verwijderen we vanuit de Management Console een snelkoppeling. (zodat we straks kunnen zien dat we de nieuwe config hebben ingeladen)
Maak een kopie als backup van de deploymentconfig.xml die in dezelfde directory staat als je .appv pakket.
Open de deploymentconfig.xml en browse helemaal naar onder en geef een aantal enters tussen Pijl naar links - Machine Scripts Example - customize and uncomment to use machine scripts Pijl naar rechts en de daarop volgende Pijl naar links.
Kopieer nu het stuk (in dit geval Machine) Script uit het voorbeeld daaronder en wijzig het script naar gelang de actie/functie die je wilt uitvoeren.

app-v-5-edit-custom-deploymentconfig-xml

Voeg nu je exe met switches op die je graag wilt aftrappen tijdens de Add-AppvClientPackage actie. (zie het secedit voorbeeld hieronder)

app-v-5-custom-deploymentconfig-xml-secedit

LET OP!
Mocht je inderdaad custom security rechten gaan zetten op de directory structuur van je App-V pakket dan hebben we ook het Set-Acl Powershell Script waarmee veel makkelijker en dynamisch de juiste rechten gezet kunnen worden.
Vanaf App-V 5.0 SP2 Hotfix 4 biedt de App-V 5 Sequencer in het Advanced Tab een extra optie om volledige rechten te geven op het virtuele bestandssysteem.

Sla je Custom DeploymentConfig.xml op en voer de volgende handelingen uit in je App-V 5.0 Management Console t.b.v. je App-V pakket:

app-v-5-custom-deploymentconfig-xml
Indien je na het importeren van je Custom DeploymentConfig.xml bij het snelkoppelingen overzicht van je App-V pakket de snelkoppeling weer terug ziet (die je in de eerste stappen hierboven verwijderd had), weet je zeker dat de nieuwe DeploymentConfig.xml met je script entry is toegevoegd.


Custom UserConfig XML

Je kunt ook voor verschillende gebruikersgroepen, verschillende instellingen aan je App-V pakket koppelen doormiddel van een Custom UserConfig.xml
(waarin je bijvoorbeeld extra HKCU registry settings of extra snelkoppelingen hebt opgenomen)
Het koppelen van je Custom UserConfig.xml aan je App-V pakket via de App-V 5.0 Management Console doe je op de manier zoals hieronder aangegeven:

app-v-5-custom-userconfig-xml


Let op

Indien het script bestand niet meer gewijzigd hoeft te worden of tijdens een andere actie opgestart moet kunnen worden of zonder connectie met het netwerk dient te werken, kun je die beter via de sequencer aan je App-V pakket toevoegen ('scripts' folder) en vanuit daar via je Custom Config.xml aftrappen.
Een script dat je laat uitvoeren tijdens de Add-AppvClientPackage actie wordt natuurlijk maar eenmalig uitgevoerd. (tijdens die Add-AppvClientPackage actie dus)


App-V 5.0 Custom Config Powershell Commands

In het hoofdstuk Standalone App-V heb ik de App-V 5.0 Powershell Commands opgenomen ten behoeve van het handmatig koppelen van de DeploymentConfig.xml tijdens het deployen (Add-AppvClientPackage actie) van een App-V pakket of voor het koppelen van de UserConfig.xml (Publish-AppvClientPackage actie) tijdens het publiseren van een App-V pakket aan gebruikers.



 



app-v-5-connection-group-solution

App-V 5 Connection Group

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


Een App-V 5 Connection Group is een methode om twee of meer virtuele applicatie packages aan elkaar te knopen en ze als een geheel samen te laten werken in een virtuele omgeving (bubble). App-V 4 maakt gebruik van Dynamic Suite Composition voor hetzelfde doel maar DSC is zeker niet 1 op 1 te vergelijken met een App-V 5 Connection Groep.

Het uitdenken, aanmaken, opvoeren, beschikbaar stellen, publiseren en onderhouden van een App-V Connection Group oplossing kan afhankelijk van de omgeving en de gewenste functionaliteit een flinke uitdaging betekenen. Voor kleine tot middelgrote klanten kunnen de werkzaamheden en de administratie eventueel nog afgevangen worden door custom build tooling.

Een omgeving met meer als 400 applicaties en / of 2000 gebruikers kan mij inziens niet adequaat beheerd worden zonder gebruik te maken van de App-V 5 Full Infra omgeving of App-V 5 SCCM 2012 integratie. De uitgebreide en dynamische mogelijkheden voor het aanmaken en beheren van een Connection Group ontbreekt meestal in de op dit moment beschikbare custom build tooling of Powershell Script oplossingen die ik tegen ben gekomen.


Waar dien je rekening mee te houden:

  • De volgorde van de App-V pakketten in een Connectie Groep bepaald welke virtuele applicaties elkaar kunnen zien binnen die Connectie Groep of welke bestanden (identieke bestanden of registersleutels) leading zijn.
  • In elk los pakket kan opgegeven worden welke registry keys of directories samengevoegd of overschreven dienen te worden (Merge of Override) De combinatie van die instellingen in een Connection Group kan problemen geven.
  • Soms dien je tijdens het Sequencen van applicaties die deel uit gaan maken van een Connectie Groep, niet naar de default PVAD te installeren.
  • Aangezien 1 virtuele applicatie / App-V pakket, deel uit kan maken van meerdere verschillende App-V Connectie Groepen, is het ook nog mogelijk om een Connection Group priorisering aan te brengen. (prio 1 is hoogste prio)
  • Daar een gebruiker(s) via AD groeplidmaatschap meerdere Connectie Groepen toegewezen kan worden is het verstandig om goed na te denken over de inrichting van die Connectie Groepen.
  • Het is aan te bevelen om elk pakket binnen dezelfde Connection Group zoveel mogelijk gelijk te houden met betrekking tot integratie, streaming en overige publicatie opties.
  • (al is het sinds App-V 5 SP2 HF5 via Powershell script mogelijk om zowel User als Global(ly) published pakketten in 1 Connection Group aan te bieden. Dit wordt op dit moment nog niet ondersteund via de App-V Management Console)
  • Indien je een mix gebruikt van Global(ly) en User Published pakketten, hou er dan rekening mee dat global(ly) published pakketten pas ge-update worden na een reboot / herstart van de App-V Client Service.
  • In de meeste gevallen is het verstandig om per Connectie Groep een leeg App-V pakket (met alleen 1 txt bestandje toegevoegd) als toegangspunt toe te voegen voor de Connectie Group zodat de gebruikte /appvve switches voor die CG ook gelijk blijven indien de daadwerkelijke applicatie pakketten geupdate worden (bij een update wijzigen de guids)
  • Klik even op de volgende link indien je Addins / Plugins in een App-V 5 Connectie Groep wilt aanbieden aan specifieke AD gebruiker groepen.



Verschillende methoden t.b.v. het aanmaken en beheren van App-V 5 Connection Groepen:

1: Powershell App-V 5 CG: app-v-5-powershell-add-appvclientconnectiongroup

Het aanmaken van een Connection Group via Powershell scripting vereist dat we minimaal twee App-V 5 pakketten hebben en een App-V Connectie Groep Definitie Bestand (xml) aanmaken om die twee pakketten aan elkaar te knopen via Powershell script.

Eerst dien je de pakketten die je wilt samenvoegen in een Connection Group op het systeem beschikbaar te stellen.
Hier heb ik het StandAlone toevoegen van App-V pakketten uitgelegd.

Daarna dien je de Connectie Groep toe te voegen aan het Systeem:
Add-AppvClientConnectionGroup –path [PadNaarHet]\[AppvConnectieGroepDefinitieBestand].xml

Na het toevoegen van de Connectie Groep dient hij nog aangezet te worden:
Enable-AppvClientConnectionGroup –name “[ConnectionGroupName]”

Overige App-V 5 Connection Group Commands:
Get-AppvClientConnectionGroup
Repair-AppvClientConnectionGroup
Stop-AppvClientConnectionGroup
Disable-AppvClientConnectionGroup
Remove-AppvClientConnectionGroup
Mount-AppvClientConnectionGroup

Ik heb een aantal voorbeelden van Powershell Scripts t.b.v. App-V 5 Deployment onderaan de volgende blog entry gepost: App-V 5 Powershell Script examples


2: Management Console App-V 5 CG:

Het aanmaken en beheren van de Connectie Groepen via de App-V 5 Management Console is een fluitje van een cent.
Ook het instellen van de volgorde van de App-V pakketten binnen een Connection Group kost geen enkele moeite. Je dient natuurlijk nog steeds rekening te houden met de aandachtspunten voor App-V 5 Connectie Groepen.
Voor een uitgebreid overzicht (inclusief plaatjes) kijk even op het blog van Virtual Vibes hoe je met de App-V 5 Management Console Connectie Groepen aanmaakt en beheerd.

T.b.v. het verwijderen en opnieuw aanmaken van Connectie Groepen waarvan packages zijn blijven hangen (b.v. omdat de virtuele omgeving in gebruik was van 1 van de pakketten) op b.v. een RDS / XenDesktop Server omgeving heb ik een Powershell Script gepost op de volgende locatie:
App-V 5 Powershell Script examples


3: SCCM App-V 5 Dynamic Connection Group (DCG): app-v-5-sccm-2012-virtual-environment-properties

Eind vorige jaar (2012) hebben we SCCM 2012 uitvoerig getest in een lab omgeving echter zijn we niet aan de SCCM 2012 met App-V integratie of het aanmaken van Dynamische Connection Groepen toegekomen.
Gisteren kreeg ik de SCCM 2012 Connection Group (VE) link door een collega toegestuurd waarin het maken van een Virtual Environment in SCCM 2012 beschreven wordt. In het volgende overzicht staan de SCCM 2012 VE versus App-V 5.0 Full Infra VE options weergegeven.

LET OP: De VE SCCM 2012 oplossing heeft helaas (iedergeval in SP1) nog enige beperkingen met betrekking tot een enkel pakket in meerdere Virtual Environments.

Het bepalen van die volgorde van zowel de Connection Groepen onderling als de App-V pakketten in die Connection Groep is ook meteen 1 van de uitdagingen mocht je van plan zijn om een Dynamic Connection Group (DCG) oplossing te scripten. Naast het gegeven dat je beter geen specialistische maatwerk oplossingen kunt scripten waar niemand anders ooit nog uitkomt mocht je dood gaan of rijk worden en besluit op WereldReis te gaan. Indien je de belangen van je klant behartigd, probeer je ten alle tijden zo veel mogelijk een standaard oplossing te implementeren zodat de klant ten alle tijden een beheerder kan opschakelen of laten afvloeien zonder dat er risico voor het bedrijfsproces ontstaat. Helaas lopen er nog steeds een flink aantal specialisten rond die zichzelf onmisbaar maken (bewust of onbekwaam) waardoor projecten en bedrijven vaak onnodig hoge kosten voor hun kiezen krijgen tijdens upgrades en migraties. Hieronder heb ik twee third party deployment tools uiteen gezet die iedergeval al een flink eind op weg zijn.


4: App-V Scheduler / DefCon CG




4: ESD (Easy Software Deployment Tool)


App-V 5 Connection Group News:

Vanaf App-V 5.0 SP2 Hotfix 5 is het mogelijk om zowel aan gebruikers gepubliseerde pakketten als globaal gepubliseerde pakketten in 1 Connectie Groep aan te bieden. Helaas is dat op het moment van schrijven nog niet mogelijk vanuit de App-V 5.0 Management Console en zul je met Powershell scripts moeten werken ( wat voor een beetje Application Deployment Administrator natuurlijk geen enkel probleem is ;)


App-V 5 Connection Group Errors:

Error code: 0x8E90070A - 0x3000F
The connection group :[PACKAGE-ID-GUID] version [PACKAGE-VERSION-GUID] could not be published because the virtual COM settings of the individual packages conflict. Verify that the virtual COM settings are the same for all member packages and try again.
Oplossing: Zorg ervoor dat alle: COM Mode / integratie settings van elk pakket welke deel uitmaakt van de App-V Connection Group gelijk zijn. Dit kan tijdens het sequencen van de applicaties geconfigureerd worden in de sequencer maar ook achteraf via het uitrollen van de DeploymentConfig.xml / UserConfig.xml van de specifieke pakketten (zie bijlage hieronder). Voor de uitleg met betrekking tot het uitrollen van Custom Config.xml bestanden klik op: deze App-V 5 Custom Config link
app-v-5-set-com-mode-integration



 



Set-Acl on [{AppVPackageRoot}]

Microsoft Certified - Jeroen Spaander
app-v-5-set-acl-secedit

In dit App-V blog behandelen we meerdere mogelijkheden om de NTFS rechten op de [{AppvPackageRoot}] directory van virtuele Addin / Plugins in een Connection Group te zetten. Door het zetten van die rechten per Addin / Plugin kunnen we een enkele Connection Group met alle Addins / Plugins beschikbaar stellen aan alle gebruikers en toch de toegang tot de Addin / Plugins beheren. (we kunnen alle vijf de methodes natuurlijk ook gebruiken voor het rechten zetten op andere App-V package directories indien de virtuele applicatie ergens iets wil weg schrijven waar hij dat niet mag van Microsoft)

We gebruiken de volgende groepen en (lokale) accounts om rechten te zetten:
"DOMAIN\AppvPackageADGroup"
"NT SERVICE\TrustedInstaller"
"NT AUTHORITY\SYSTEM"
"NT AUTHORITY\Authenticated Users"

De eerste methode betreft het aanmaken van een secedit .inf bestand waarin het pad naar de [{AppvPackageRoot}] directory en de specifieke rechten voor het SID (System en Trusted Installer, Authenticated Users en App-V Package AD groep GUID) is opgenomen.
Doormiddel van het aftrappen van secedit.exe (Windows System executable) met de verwijzing naar het .inf bestand vanuit de App-V DeploymentConfig.xml wordt tijdens de Add-AppvClientPackage actie de juiste rechten gezet op de [{AppvPackageRoot}] directory van de desbetreffende virtuele Addin / Plugin. Er zitten een aantal nadelen aan deze werkwijze ten opzichte van de overige opties:

  • Het secedit .inf bestand dient met de hand aangemaakt te worden (of er dient een script geschreven te worden om deze dynamisch aan te maken).
  • Er dient een System Variable aangemaakt te worden om de App-V [InstallationRootFolder] te defineren aangezien het pad naar die directory voor laptops en bijvoorbeeld de PVS XenApp Servers verschillend is (Laptop = C:\ProgramData\App-V | XenApp PVS Server = b.v D:\App-V).
  • Tijdens het aftrappen van het secedit script is een dos box zichtbaar.
  • Het secedit .inf bestand (indien deze niet dynamisch door een script wordt aangemaakt) kan niet aan de ./script folder van het App-V pakket worden toegevoegd aangezien de [PackageIDGuid]\[PackageVersionGuid] wijzigt bij elke nieuwe versie van het App-V pakket en het pad in de secedit.inf daarom nooit overeen kan komen (na het toevoegen van het secedit.inf bestand is het pad naar de [{AppvPackageRoot}] directory alweer gewijzigd).
app-v-5-set-acl-gpo

GPO (de tweede optie)

Deze optie is bijna gelijk als het configureren van een secedit template (.inf) en met als voordeel dat we geen secedit commandline opdracht hoeven af te trappen en daarmee flexible zijn in een veranderlijke omgeving. Mijn collega van een vorig project gebruikt deze manier om rechten via een GPO op de [{AppvPackageRoot}] te zetten in een VDI / XenApp omgeving.

Set-Acl (de derde optie)

Om de bovenstaande ongemakken te omzeilen heeft Roy Essers een Powershell script geschreven die dynamisch alle rechten zet aan de hand van de informatie die in het DeploymentConfig.xml bestand is opgenomen. De [{AppvPackageRoot}] hoeft niet gedefineerd te worden en enkel de AD Groep naam voor de desbetreffende applicatie dient toegevoegd te worden aan het DeploymentConfig.xml bestand. Het Powershell script kan (standaard) toegevoegd worden aan de ./script folder van de App-V pakketten zodat het achteraf altijd mogelijk is om de juiste rechten te zetten. We zijn op dit moment nog aan het testen in de POC omgeving maar het ziet er voor alsnog naar uit dat deze optie de voorkeur krijgt. Ook dit Set-Acl Powershell script wordt weer vanuit de DeploymentConfig.xml afgetrapt tijdens de Add-AppvClientPackage actie.





Dit is een link naar nog een vierde optie: VFSCACLS VB script van Dan Gough

En de vijfde optie: De App-V 5.0 Client is met volledige Powershell ondersteuning in het achterhoofd ontwikkeld.
In het volgende Powershell script van je App-V Client zit ook een methode verstopt om rechten mee te zetten op de root directory van je pakket :)
"C:\Program Files\Microsoft Application Virtualization\Client\Disable-AppVClient.ps1"

LET OP:: Vanaf App-V 5.0 SP2 Hotfix 4 zit in het Advanced Tabblad in de Sequencer de optie om volledige rechten te geven op het virtuele bestandssysteem.

app-v-5-sp2-hf4-set-rights-advanced-tab


 



app-v-5-powershell-commands

App-V Powershell Scripting

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


App-V 5.0 is gebouwd met volledige Powershell ondersteuning in het achterhoofd. Een ieder die serieus met App-V 5.x aan de slag gaat zal er niet aan ontkomen om wat energie in Powershell scripting te steken.

De meest basis App-V Powershell Commands met betrekking tot het toevoegen en publiseren van een App-V pakket heb ik in het hoofdstuk Standalone App-V beschreven.

Hieronder staan de App-V 5.0 Client Powershell Commands weergegeven:

  • Add-AppvClientConnectionGroup
  • Add-AppvClientPackage
  • Add-AppvPublishingServer
  • Disable-AppvClientConnectionGroup
  • Enable-AppvClientConnectionGroup
  • Get-AppvClientApplication
  • Get-AppvClientConfiguration
  • Get-AppvClientConnectionGroup
  • Get-AppvClientMode
  • Get-AppvClientPackage
  • Get-AppvPublishingServer
  • Get-AppvVirtualProcess
  • Mount-AppvClientConnectionGroup
  • Mount-AppvClientPackage
  • Publish-AppvClientPackage
  • Remove-AppvClientConnectionGroup
  • Remove-AppvClientPackage
  • Remove-AppvPublishingServer
  • Repair-AppvClientConnectionGroup
  • Repair-AppvClientPackage
  • Send-AppvClientReport
  • Set-AppvClientConfiguration
  • Set-AppvClientMode
  • Set-AppvClientPackage
  • Set-AppvPublishingServer
  • Start-AppvVirtualProcess
  • Stop-AppvClientConnectionGroup
  • Stop-AppvClientPackage
  • Sync-AppvPublishingServer
  • Unpublish-AppvClientPackage


LET OP:Sinds versie App-V 5.0 SP3 kunnen we nu ook vanuit de Powershell_ISE.exe rechtstreeks een pakket aan gebruikers publiseren door gebruik te maken van het SID veld.
Hoe vind je die SID (van jezelf of van je gebruiker?) vanuit de commandline?
Start CMD.exe en voer de volgende opdracht uit afhankelijk voor wie je de SID wenst op te vragen:

Get all SID's:
wmic useraccount get name,sid

Get a SID for a specific user:
wmic useraccount where name='[username]' get sid

Get your own (CurrentUser) SID:
wmic useraccount where name='%username%' get sid

Het volgende artikel is wat mij betreft een uitstekend begin indien u meer wilt weten over de geavanceerde Powershell mogelijkheden die App-V 5.0 te bieden heeft:
App-V 5.0 Client Powershell Deep Dive

Indien u geinteresseerd bent hoe u doormiddel van App-V 5.0 Powershell commandlets zichzelf een weg in de bubble baant, kan ik u het volgende blog aanraden:
Breaking into the Virtual Environment (App-V 5.0)

Dient u Custom Security rights / Permissions te zetten voor een App-V 5.0 directory? Check dan even dit: [{AppvPackageRoot}] Set-Acl Powershell script

Overige handige App-V 5.0 Deployment_Config tips en powershell scripts:

app-v-5-install-msi-in-scripts-folder-from-deploymentconfig.xml
app-v-5-add-and-mount-big-app-v-packages.ps1
app-v-5-create-and-delete-hklm-app-v-run-virtual-registry-key-deploymentconfig.xml
app-v-5-install-appvdesktopclientsasp2-5-r01-b01.ps1
app-v-5-install-msi-mst-and-install-printer-with-security_deploymentconfig.xml.ps1
app-v-5-install-msi-mst-and-install-printer-with-security-example.ps1
app-v-5-install-pdf-printer-driver-with-security-example.ps1
app-v-5-install-pdf-printer-driver-with-security-example-deploymentconfig.xml
app-v-5-poc-performance-test.ps1
app-v-5-reinstall-app-v-connectiongroup-packages.ps1
app-v-5-remove-old-application-version-r01-b01-package.ps1
app-v-5-remove-package.ps1
app-v-5-set-security-and-copy-config-file-example.ps1
app-v-5-set-security-and-copy-config-file-example-deploymentconfig.xml
app-v-5-install-pdf-printer-driver-with-security-and-create-localappdata-customconfigfile-example.ps1
app-v-5-install-pdf-printer-driver-with-security-and-create-localappdata-customconfigfile-example-deploymentconfig.xml
app-v-5-userconfig-startprocess-run-powershell-script
app-v-5-create-virtual-mapping-deploymentconfig.xml
app-v-5-shims-run-as-admin-set-compatibility-sdbinst-deploymentconfig.xml
app-v-5-certutil-add-remove-certificate-to-store-from-deploymentconfig.xml
app-v-5-add-current-user-registry-keys-from-deploymentconfig.xml
app-v-5-add-and-remove-runvirtual-current-user-registry-key-from-deploymentconfig.xml
app-v-5-add-and-delete-hkcu-appcompat-registry-key-on-start-and-terminate-virtual-environment_deploymentconfig.xml
app-v-5-start-process-exit-process-userconfig.xml


TIP1: Let op dat de machines waar de App-V Client op draait, de juiste rechten (execute) hebben op de DFSSHARE waar de powershell scripts of executables staan die je vanuit de Deployment_Config laat aftrappen.

TIP2: Let op dat de machines waar de App-V Client op draait, de juiste rechten hebben op de applicatie share waar een netwerkapplicatiebestanden op staan die aangeroepen worden door je gevirtualiseerde applicatie. Ook indien een deel van de applicatie of een enkel pakket binnen je applicatie App-V Connection Group een connectie heeft met bestanden op het netwerk dien je ervoor te zorgen dat het SYSTEM account van de machine waar de App-V Client op draait de juiste rechten heeft op die bestanden. Je zou denken dat dit niet zou hoeven aangezien de applicatie wordt opgestart onder het account van de gebruiker (die natuurlijk wel rechten heeft op die netwerkbestanden) echter dient de App-V client (die onder het SYSTEM account) draait ook nog de juiste rechten te krijgen...
LET OP:Vanaf App-V 5.0 SP2 Hotfix 4 is dit probleem opgelost en zijn de SYSTEM rechten waar de App-V Client op draait niet meer nodig op de netwerkshare waar het App-V pakket een connectie mee heeft.

TIP3: Indien de applicatie ook voor standalone (zonder netwerk connectie) gebruik geschikt dient te zijn voer je geen scripts of executables op in het user deel van je Deployment_Config of de User_Config die van de DFSSHARE afgetrapt dienen te worden (de DFSSHARE is tijdens standalone gebruik namelijk niet bereikbaar). Die user scripts en het aftrappen van executables tijdens het opstarten van het virtual environment of van een virtueel proces dienen in de 'scripts' folder van je App-V package meegenomen te worden. (zie het app-v-5-userconfig-startprocess-run-powershell-script voorbeeld)


Mogelijke oplossingen voor de melding: ".ps1 cannot be loaded because running scripts is disabled on this system" (check eventvwr: Applications and Services\Microsoft\Windows\Powershell\Operational)

app-v-5-enable-package-scripts-group-policy-setting

Controleer of op de Client PC package scripting enabled is.

Controleer of de Client PC read & execute rechten heeft op de .ps1 file / locatie.
Controleer of de locatie waar het .ps1 bestand zich bevind is toegevoegd aan de trusted sites voor de PC.
Indien daarna alsnog de melding blijft kan je de -ExecutionPolicy Unrestricted powershell command toevoegen aan je argument / opdracht (zie plaatje beneden).

app-v-5-ps1-cannot-be-loaded-because-running-scripts-is-disabled-on-this-system-solutions



 




appvve

Hacking into App-V

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


Vorige week kreeg ik weer eens een leuk puzzeltje vanuit een desktop migratie project toegeworpen. De klant maakt gebruik van een verouderde versie Oracle Database in combinatie van dezelfde versie Oracle Client (x86). Het upgraden van de Oracle Client naar een x64 compatible versie voor Windows 7 zat er niet in en de oude Oracle Client versie moest door de App-V sequencer getrokken worden. Ik zal niet uitwijden over het sequencen van de Oracle Client en x86 ODBC drivers inclusief ODBC koppelingen op een x64 OS in combinatie met x86 Access (databases) die gebruik maken van die x86 ODBC koppelingen en ODBC driver, echter kan ik u wel een tip geven indien die ODBC driver en koppelingen niet terug te vinden zijn in uw ODBC Data Source Administrator console. Mocht u het nog niet weten, er is een x86 en een x64 bit versie van de ODBC Data Source Administrator Console in Windows 7:

  • ODBC Admin x86 = C:\Windows\SysWOW64\odbcad32.exe
  • ODBC Admin x64 = C:\Windows\System32\odbcad32.exe

Voor iets meer informatie over de x86 of x64 ODBC Admin, klik hier

Deze blog entry gaat echter niet over x86 / x64 perikelen maar om het inbreken in de virtuele App-V bubble. Hieronder geef ik eerst een voorbeeld hoe u een register instelling van een applicatie die in een virtuele omgeving draait kan aanpassen. Daarna geef ik een handige tip hoe u vanaf de desktop gebruik kan maken van een virtuele middleware installatie.

De bestanden van uw virtuele applicatie worden standaard in C:\ProgramData\App-V\[PACKAGE-ID-GUID]\[PACKAGE-VERSION-GUID]\root geplaatst en u kunt van buiten af bijvoorbeeld de volgende opdracht opgeven C:\Windows\regedit.exe /appvve:[PACKAGE-ID-GUID]_[PACKAGE-VERSION-GUID] om regedit in de virtuele omgeving van uw applicatie op te starten. Nu kunt u de virtuele applicatie registry instellingen wijzigen.

Browse ook nog even naar de volgende locatie voor een overzicht van de virtuele registry instellingen in uw App-V package voor uw applicatie in de bubble:
HKEY_LOCAL_MACHINE\Software\Microsoft\AppV\Client\Packages\[PACKAGE-ID-GUID]\Versions\[PACKAGE-VERSION-GUID]\REGISTRY

Natuurlijk is regedit niet de enige executable die we doormiddel van de /appvve: parameter kunnen koppelen aan een virtuele applicatie omgeving. Het is bijvoorbeeld mogelijk om die /appvve: parameter inclusief PACKAGE-GUID waardes toe te voegen aan het target veld van uw snelkoppeling naar een Access Database die u beschikbaar gesteld heeft voor uw gebruikers op het netwerk. (zie het plaatje rechts boven) Hierdoor start de lokaal geinstalleerde Access applicatie die betreffende Access Database op in de virtuele applicatie omgeving. En in die virtuele omgeving draait mijn oude Oracle Client inclusief ODBC driver en koppelingen waardoor mijn macro in die Access Database (die weer de data uit de Oracle Database trekt) weet waar hij zijn data vandaan moet halen. Zo kan ik zonder problemen meerdere Oracle Client versies inclusief meerdere verschillende ODBC drivers en koppelingen virtueel naast elkaar draaien en toch vanaf mijn desktop gebruik maken (doormiddel van een simpele snelkoppeling) van het middleware component naar keuze. Tip: Gebruik de Group Policy Preferences om makkelijk en snel de desbetreffende snelkoppelingen inclusief /appvve switch aan te maken voor de gebruikers in de desbetreffende Applicatie AD Security groepen.

Er zijn altijd meerdere wegen naar Rome en niet elke exe kan overweg met de /appvve: switch. In het App-V Run Virtual hoofdstuk hieronder heb ik een tweede optie weergegeven hoe u een lokaal geinstalleerde applicatie automatisch kan opstarten in een virtuele omgeving. Daarnaast is het ook mogelijk om bijvoorbeeld een registry extract te maken (zie de uitleg hierboven hoe u regedit opstart in een virtuele omgeving) en die registry keys uit de virtuele omgeving (die verwijzen naar de gevirtualiseerde bestanden in de bubble: C:\ProgramData\App-V\[PACKAGE-ID-GUID]\[PACKAGE-VERSION-GUID]\Root\etc.etc) te importeren op uw fysieke systeem zodat lokaal geinstalleerde applicaties ook (bijvoorbeeld) weten waar de gevirtualiseerde ORACLE_HOME te vinden is. Zo moest ik laatst een Delphi applicatie voor de gek houden die niet zat te wachten op een /appvve: switch ;)

Afgezien van de /appvve: switch zijn er ook nog de /appvpid en de /appvrunningve switch. Check even onderaan het volgende blog om daar de functie van te ontdekken: Additional App-V commandline switches

Indien u geinteresseerd bent hoe u doormiddel van App-V 5.0 Powershell commandlets zichzelf een weg in de bubble baant, kan ik u het volgende blog aanraden:
Breaking into the Virtual Environment (App-V 5.0)



 




app-v-runvirtual

App-V Run Virtual

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


De /appvve switch om executables vanaf de fysieke Windows client op te starten in de App-V bubble hebben we hierboven in het hoofdstuk Hacking into App-V besproken. Voor applicaties zoals regedit.exe of een eigen executable of Access applicatie is het dus mogelijk om deze vanaf het OS op te starten in de App-V bubble.

Het koppelen van een op het OS geinstalleerd en geintegreerde applicatie aan een virtuele applicatie kan ook doormiddel van de App-V Run Virtual Feature

Applicaties die u opvoert onder de volgende registry locatie ( HKEY_LOCAL_MACHINE\Software\Microsoft\AppV\Client\RunVirtual\[Applicatie].exe ) kunt u wederom doormiddel van de [PACKAGE-ID-GUID]_[PACKAGE-VERSION-GUID] koppelen aan een virtuele applicatie of bijvoorbeeld meerdere gevirtualiseerde Plugins voor de Internet Explorer die u onderling gekoppeld heeft via een Virtual Add-in Connection Group.

Indien u meerdere applicaties heeft met dezelfde .exe naam (bijvoorbeeld meerdere versies van Office = meerdere WinWord.exe bestanden) waardoor ook die andere applicatie / versie met de Connection Group opstart kan je onderscheid maken door niet de Default String te gebruiken maar in plaats daarvan de directory en de exe op te voeren als de naam van de string.
Indien u op deze link naar een mooi voorbeeld van een dubbele RunVirtual registry key string aanklikt (onderaan die blog entry) dan ziet u wat de mogelijkheden zijn.

Officieel kunt u alleen voor Global (Per machine / for All Users) geinstalleerde App-V pakketten gebruik maken van de Run Virtual App-V Feature. Indien u echter gebruik maakt van de Group Policy Preferences om de desbetreffende registry key in 'Replace' mode aan te maken voor gebruikers (Item Targetting) van een specifieke Applicatie AD Security Group of via RES, AppSense of whatever, kunt u de Run Virtual App-V Feature misbruiken om per gebruiker een andere virtuele omgeving te koppelen aan bijvoorbeeld de Internet Explorer of elke willekeurige lokaal geinstalleerde applicatie. Dat trucje is natuurlijk niet bedoeld voor een RDS omgeving aangezien het een HKLM reg key betreft. (ik heb al geprobeerd om die als HKCU reg key aan te maken maar die pakt hij jammer genoeg niet op)

Hieronder heb ik een entry toegevoegd hoe je makkelijk de RunVirtual HKLM key kunt aanmaken vanuit de DeploymentConfig.xml tijdens de Add-AppvClientPackage actie van het 'eerste' (lege) pakket van je Connection Group (die je aangemaakt heb om de Connection Group mee aan te roepen via de RunVirtual registry key of /appvve switch)



LET OP: Sinds App-V 5.0 SP3 is het nu (eindelijk) ook mogelijk om een HKCU (Current User) RunVirtual registry key te gebruiken (indien het pakket aan de gebruiker gepubliseerd is i.p.v. globally!) wat ons leven opeens een stuk makkelijker maakt. Hieronder de link naar een DeploymentConfig UserScript Powershell script die voor het starten van de VirtualEnvironment eerst die HKCU RunVirtual registry key aanmaakt en bij het afsluiten van het VirtualEnvironment weer verwijderd zodat de Excel Addin die gebruikt wordt door die applicatie (vanuit de applicatie) enkel gekoppeld hoeft te worden aan de lokaal geinstalleerde Excel.exe enkel en alleen beschikbaar is tijdens het opstarten van de daadwerkelijke applicatie en geen problemen veroorzaakt (bijvoorbeeld tijdens het overschrijven van andere registry entries voor lokaal geinstalleerde Excel Addins):
app-v-5-add-and-remove-runvirtual-current-user-registry-key-from-deploymentconfig.xml



 



app-v-5-office-2010-sequencing-kit

App-V Office Support

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


Waar ik aan het begin van dit jaar de link op het App-V Blog kon plaatsen naar een kant en klaar Office 2013 (beta) App-V 5.0 pakket van Microsoft, (inclusief KMS activatie uitleg) kwam ik er net achter dat die link nergens meer naar toe verwijst...

Na wat zoeken naar de nieuwe App-V 5.0 Office 2013 download link denk ik te begrijpen dat Microsoft, Office 2013 als Office 2013 Click-to-Run installatie of als Office 365 installatie gaat aanbieden.
Met de Office Deployment Tool kan je voor Office 2013 de volgende configuraties maken:
  • Het genereren van een Click-to-Run voor Office 365 installatiebron waarvoor beheerders een configuratie bestand aanmaken en de tool in download modus aftrappen.
  • Het configureren van Click-to-Run voor Office 365 klanten waarvoor beheerders een configuratie bestand aanmaken en de tool in de configure-modus aftrappen.
  • Het creeren van een Office 2013 App-V-pakket waarvoor beheerders een configuratie bestand aanmaken en de tool in de packager modus aftrappen.


app-v-office-2013-preview Eerlijk gezegt ben ik de afgelopen drie App-V 5.0 projecten nog geen gevirtualiseerde Office Suites (afgezien van Visio en Project) tegen gekomen.
Niet elke Addin / Plugin laat zich zo makkelijk virtualiseren en zeker de combinatie App-V Connection Group en Office Addins / Plugins bleek veel vragen op te leveren.
Gooi daar nog de vereiste bij dat bepaalde gebruikers enkel bepaalde Addins of Plugins mogen krijgen, en de keuze was snel gemaakt: Office lokaal in de baseline.

In de App-V Office Connection Group blog entry hieronder heb ik mijn oplossing met betrekking tot die gevirtualiseerde Office Addins / Plugins in combinatie met de Office Connection Group en het zetten van rechten op de verschillende Addins / Plugins uitgelegd.

Benieuwd naar de App-V 5.0 (of 4.6) Microsoft App-V Supported Virtual Office Versions?
Hier staan ook meteen de links naar de verschillende App-V 5.0 Office Package Accelerators.

Hier is de link naar de site t.b.v. het Sequencen van Microsoft Office 2010 Producten (o.a. Visio en Project etc.)
Veel plezier :)



 



App-V Office Connection Group

Microsoft Certified - Jeroen Spaander

app-v-5-office-connection-group-addin-plugin-appvve

Er zijn een aantal mogelijkheden om virtuele (addin / plugin) applicaties via Connection Groepen onderling te koppelen aan (Office) applicaties:
  • Zowel de (Office) applicaties als de overige (add-in / plugin) applicaties worden virtueel aangeboden in 1 Connection Group.
  • De (Office) applicaties worden lokaal geinstalleerd en doormiddel van de /appvve: switch aan een virtuele (addin / plugin) applicatie (Connection Group) gekoppeld zodat ze gezamenlijk in 1 virtuele omgeving opgestart worden.
  • De (Office) applicaties worden lokaal geinstalleerd en doormiddel van de RunVirtual registry key aan een virtuele (addin / plugin) applicatie (Connection Group) gekoppeld zodat ze gezamenlijk in 1 virtuele omgeving opgestart worden.


In het scenario hieronder ga ik uit van lokaal geinstalleerde (niet gevirtualiseerde) Office applicaties die we via een App-V Office Connection Groep aan de gevirtualiseerde Addin / Plugins koppelen. Een virtueel (Addin / Plugin) pakket kan aan meerdere verschillende Connection Groepen gekoppeld worden en los van de AD groep die je aan een App-V pakket koppeld, kan je ook per Connection Group een AD groep koppelen.

1.Doormiddel van de /appvve switch, opgenomen in de snelkoppeling naar de executable van de lokaal geinstalleerde Office applicatie (ten behoeve van User Targeted virtuele apps) of als RunVirtual registry key verwijzing (t.b.v. Globaal geinstalleerde virtuele apps), roepen we een (leeg - zie 2) virtueel pakket aan, in de Office Connection Groep. Hierdoor wordt die lokale Office executable in dezelfde virtuele omgeving als alle virtuele applicaties in die Connection Groep opgestart. (tot zover is het nog een simpel en duidelijk verhaal lijkt me)

2.Voor de koppeling van de executable van de lokale Office applicatie aan de Office Connection Groep, maken we een leeg virtueel pakket aan, specifiek voor het beheer van de Connection Groep (best-practice).

De meeste (middel) grote bedrijven hebben echter veel verschillende (3.) en / of dure Addins / Plugins (4.), die alleen door bepaalde groepen van gebruikers opgestart mogen worden.

Om aan deze eis van de organisatie te voldoen, zou je bijvoorbeeld voor elke combinatie van verschillende Addins / Plugins, een aparte Office Connection Group aan kunnen maken. Ik kan dit echter niet aanbevelen indien je de beheer organisatie te vriend wil houden aangezien dit binnen de kortste keren een onoverzichtelijk en niet te beheren constructie op levert.

Om toch alle Addins / Plugins aan (zoveel mogelijk) een enkele Office Connection Group per lokaal geinstalleerde Office Applicatie te kunnen koppelen zullen we de onbeperkde rechten voor de Everyone Group op de Package Root folder van elke Addin / Plugin verwijderen en enkel de AD groep van de Addin / Plugin gebruikers toegang verschaffen tot de Package Root Directory van de desbetreffende Addin / Plugin. Om te voorkomen dat gebruikers die een Addin / Plugin in de Office Connection Group hebben zitten waar ze geen recht op hebben (en daardoor een toegangsfoutmelding krijgen), zetten we voor de authenticated users groep list folder content en read rechten op elke Package Root directory van de Addin / Plugins.

Trap een SecEdit, SetPerm of Set-Acl Powershell Script af doormiddel van de DeploymentConfig.xml of Group Policy Preferences of AppSense of RES of what ever ten behoeve van het configureren van de onderstaande rechten voor alle Addin / Plugin Package Root Folder directories. (Replace existing permissions on all subfolders and files with inheritable permissions) Op dezelfde manier kan je trouwens ook rechten zetten voor de locaties in je App-V pakket waar de gebruiker normaal een acces denied error zou krijgen. Mocht je er niet uitkomen dan hoor ik het wel.

app-v-5-office-connection-group-addin-plugin-security-rights


App-V 5.0 (Office) Add-in Connection Group solutions:

Eind vorige jaar (2012) hebben we SCCM 2012 uitvoerig getest in een lab omgeving echter zijn we niet aan de SCCM 2012 met App-V integratie toegekomen. Gisteren kreeg ik de SCCM 2012 Connection Group (VE) link door een collega toegestuurd waarin het maken van een Virtual Environment in SCCM 2012 beschreven wordt. In het volgende overzicht staan de SCCM 2012 VE versus App-V 5.0 Full Infra VE options weergegeven. Wat ik mis in het artikel en overzicht (heb het er even bijgezet) is het configureren vanuit de Management Console van de volgorde van de App-V pakketten in een Connection Group ten behoeve van het instellen van de volgorde van het lezen van bestanden en registry met een identieke naam en locatie.

Het bepalen van die volgorde van zowel de Connection Groepen onderling als de App-V pakketten in die Connection Groep is ook meteen 1 van de uitdagingen mocht je van plan zijn om een Dynamic Connection Group (DCG) oplossing te scripten. Naast het gegeven dat je beter geen specialistische maatwerk oplossingen kunt scripten waar niemand anders ooit nog uitkomt mocht je dood gaan of rijk worden en besluit op WereldReis te gaan. Indien je de belangen van je klant behartigd, probeer je ten alle tijden zo veel mogelijk een standaard oplossing te implementeren zodat de klant ten alle tijden een beheerder kan opschakelen of laten afvloeien zonder dat er risico voor het bedrijfsproces ontstaat. Helaas lopen er nog steeds een flink aantal specialisten rond die zichzelf onmisbaar maken (bewust of onbekwaam) waardoor projecten en bedrijven vaak onnodig hoge kosten voor hun kiezen krijgen tijdens upgrades en migraties.

LET OP: Vanaf App-V 5.0 SP2 Hotfix 5 is het mogelijk om zowel aan gebruikers gepubliseerde pakketten als globaal gepubliseerde pakketten in 1 Connectie Groep aan te bieden. Helaas is dat op het moment van schrijven nog niet mogelijk vanuit de App-V 5.0 Management Console en zul je met Powershell scripts moeten werken ( wat voor een beetje Application Deployment Administrator natuurlijk geen enkel probleem is ;)



 



Gemiddelde App-V sequence doorloop tijd

Microsoft Certified - Jeroen Spaander

 Applicatie Type  Beschrijving  Aantal uur

Eenvoudig


Deze toepassingen zijn zeer eenvoudig en gewoonlijk klein in omvang (meestal onder 100MB). Er zijn weinig of geen wijzigingen nodig tijdens de installatie en ook na de installatie zijn er geen extra configuratie stappen benodigd. Een applicatie in deze klasse heeft verder geen of minimale afhankelijkheden en er is geen middleware benodigd. Een voorbeeld van een toepassing in deze categorie zou zijn WinZip of Adobe Reader. (let op: deze inschatting betreft niet de tijd die benodigd is voor de intake of acceptatie)


1 uur


Gemiddeld


Dit is waarschijnlijk de meest voorkomende applicatie. Voor deze applicaties kan het nodig zijn om tijdens het sequencen een aantal wijzigingen door te voeren om de applicatie volledig te laten functioneren, of het kan een uitgebreidere installatie betreffen die meer tijd in beslag neemt. De wijzigingen die bij dit type applicatie horen, betreffen toevoegingen of wijzigingen van register instellingen, het veranderen van de DeploymentConfig of UserConfig bestanden of het toevoegen van extra parameters en scripts. Het kan ook zijn dat er extra toepassingen benodigd zijn om samen te installeren als een suite. (let op: deze inschatting betreft niet de tijd die benodigd is voor de intake of acceptatie)


4 uur


Complex


Dit zijn grote toepassingen of toepassingen die vier uur of langer duren om te installeren of nadien te configureren voor gebruik. Installatie pakketten in deze klasse zijn gewoonlijk groter dan 1 GB en nemen veel tijd in beslag om te sequencen. Het kan zijn dat de toepassing afhankelijk is van bestanden waarvan de verwijzing hard-coded in de installatie is opgenomen. Deze toepassingen vereisen extra script werkzaamheden. Daarnaast kan het zijn dat de applicatie een of meerdere afhankelijkheden heeft die opgenomen of gekoppeld dienen te worden. Het kan ook nodig zijn om een device driver apart te installeren. (let op: deze inschatting betreft niet de tijd die benodigd is voor de intake of acceptatie)


8 uur

     




 



App-V Kosten en Baten

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


app-v-mdop-kosten-indicatie-1

app-v-mdop-kosten-indicatie-3

Op de MDOP site van Microsoft staat deze link naar de MDOP ROI Tool van Alinean.
Met deze tool kunnen organisaties hun huidige pc total cost of ownership beoordelen en de mogelijke voordelen van de implementatie van Windows 7 en / of MDOP producten berekenen. Windows 7-implementaties en MDOP oplossingen kunnen onafhankelijk van elkaar worden gekozen of gecombineerd.

Boven heb ik twee voorbeelden weergegeven die onderdeel zijn van een rapport die u kostenloos via email toegestuurd krijgt indien u deze gratis webbased tool gebruikt. Ik heb in het bovenste voorbeeld links, enkel App-V als product en een enkele locatie met 35 gebruikers gekozen. Daaruit komt duidelijk naar voren dat de kosten voor deze oplossing niet binnen de 36 maanden (SA) terug verdiend worden. De indicatie rechts boven heb ik op exact dezelfde gegevens gebaseerd echter heb ik het aantal gebruikers en computers met een factor tien verhoogd. Uit die analyse komt naar voren dat je voor een 350 gebruikers de kosten voor App-V binnen 20 maanden terug verdiend heb.

Dit betekend niet dat App-V voor een omgeving met 35 gebruikers per definitie niet geschikt zou zijn. Deze tool gaat uit van een gemiddelde berekend met de gegevens van heel veel bedrijven. U kunt echter bijvoorbeeld niet de hoeveelheid of het type applicaties invoeren die gesequenced dienen te worden waardoor de uitkomst misschien niet vergelijkbaar is met die van uw omgeving. Daarnaast is het ook niet mogelijk om aan te geven of de benodigde afhankelijkheden (bijvoorbeeld de Server en SQL Server licenties)al beschikbaar zijn waardoor die kosten verdeeld kunnen worden over meerdere diensten.

Dat is dan ook zo ongeveer het enige wat ik mis in die tool. Ze bieden de mogelijkheid om voor alle mogelijke IT kostenplaatsen de waardes in te vullen waardoor je de kosten baten analyse met zeer accurate gegevens kunt berekenen. Klik hier voor een overzicht van de extra tuning opties

Microsoft heeft daarnaast een uitgebreid case studie document laten opstellen: Download de App-V-Total-Economic-Impact-case-studie
Aan die case studie zit de App-V ROI Tool waarmee je zelf weer een uitgebreide indicatie kan maken van de besparing die App-V kan opleveren: Download de App-V-ROI-Tool



 



app-v-5-powershell-publish-custom-userconfiguration

StandAlone App-V

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


De App-V 5.0 sequencer maakt standaard een MSI aan tijdens het creeeren van een App-V pakket zodat u het App-V pakket met de hand of doormiddel van een third party application deployment tool kunt installeren. U heeft nu alleen de App-V 5.0 Client installatie nodig om een Standalone App-V pakket te installeren zonder het gebruik van de App-V Deployment Server omgeving. Daarnaast kunt u doormiddel van de App-V Powershell Commandlets het uitrollen en koppelen van virtuele applicaties automatiseren.

Hieronder heb ik beschreven hoe u met App-V 5.0 en PowerShell commands een App-V pakket voor de machine (Per Machine / AllUsers) met een StandAlone App-V Client aanbiedt zonder dat u daarvoor een management of publishing / streaming server (Full Infra) hoeft in te richten.

Basis benodigdheden: Windows 7 Professional of Enterprise SP1 inclusief .NET 4 en Windows Management Framework 3
(KB2506143 - Powershell 3) en de App-V 5 Client
  1. Plaats het .appv installatiepakket op uw distributie share (of voor het testen op de test pc)
  2. Open (Run as Administrator) de Powershell Interface op de W7 Client en voer de volgende PowerShell commands uit:
  3. PS > Set-ExecutionPolicy bypass -Scope currentuser (Enter)(Y - Enter)
  4. PS > Import-module appvClient (Enter)
  5. PS > Set-AppvClientConfiguration -EnablePackageScripts 1 (Enter)
    (Let op: De EnablePackageScripts setting kunt u ook doormiddel van de App-V policies of doormiddel van een registry key configureren)


  6. PS > $pkg= Add-AppvClientPackage \\DFSRSHARE\APPVSOURCEDIR\CUSTOMER\PACKAGEDIR\Vendor-Application-Version-Environment.APPV (Enter)
  7. (kan even duren met een groot installatiepakket als bijvoorbeeld Office)
  8. PS > Publish-AppVClientPackage $pkg -Global (Enter)
  9. (de Global parameter zorgt ervoor dat het pakket Per Machine / voor AllUsers geinstalleerd wordt)

    of (de vorige 2 stappen in 1 regel)

  10. PS > Add-AppvClientPackage -path \\DFSRSHARE\APPVSOURCEDIR\CUSTOMER\PACKAGEDIR\Vendor-Application-Version-Environment.APPV | Publish-AppvClientPackage

Voor het toepassen van extra instellingen of uitvoeren van scripts (Dynamic Configuration) tijdens de deployment (Add-AppvClientPackage actie) van uw App-V pakket doormiddel van Powershell, kunt u de -DynamicDeploymentConfiguration \\DFSRSHARE\APPVSOURCEDIR\CUSTOMER\PACKAGEDIR\DeploymentConfig.xml parameter en config file gebruiken.

Voor het toepassen van extra instellingen of uitvoeren van scripts (Dynamic Configuration) tijdens het publiseren (Publish-AppvClientPackage actie) van uw App-V pakket doormiddel van Powershell, kunt u de -DynamicUserConfiguration \\DFSRSHARE\APPVSOURCEDIR\CUSTOMER\PACKAGEDIR\UserConfig.xml parameter en config file gebruiken.

Indien u meerdere App-V pakketten door een gezamenlijke App-V Connection Group aan elkaar wilt koppelen, klik dan op deze App-V Package Standalone Connection Group PowerShell Command Link

Voor een overzicht van alle Standalone App-V 5 PowerShell installatie opties voor App-V pakketten, klik dan op deze App-V Package StandAlone PowerShell Installatie Opties Link


Alternatief: Met de gratis AppV Deploy N Publish tools van Tim Mangan kunt u App-V applicaties op een Terminal Server / Remote Desktop Session Host, VDI master image of Windows 7 Client installeren en gebruik maken van "Per User" App-V publishing en "Active Upgrade" mogelijkheden, zonder dat u de volledige App-V infrastructuur hoeft in te richten.

Dit is een snelle en eenvoudige manier om nieuwe App-V toepassingen te testen. (Let op: Ik heb deze tool enkel met App-V versie 4.5 en .6 pakketten getest)

AppV_DeployNPublish tools kunt u goed gebruiken om snel App-V pakketten te testen of uit te rollen, zonder de extra App-V back-end servers in te hoeven richten. Het enige wat u nodig heeft is een share om de App-V pakketten op te slaan en daarnaast dient u deze tool op de client te installeren.


LET OP:Sinds versie App-V 5.0 SP3 kunnen we nu ook vanuit de Powershell_ISE.exe rechtstreeks een pakket aan gebruikers publiseren door gebruik te maken van het SID veld.
Hoe vind je die SID (van jezelf of van je gebruiker?) vanuit de commandline?
Start CMD.exe en voer de volgende opdracht uit afhankelijk voor wie je de SID wenst op te vragen:

Get all SID's:
wmic useraccount get name,sid

Get a SID for a specific user:
wmic useraccount where name='[username]' get sid

Get your own (CurrentUser) SID:
wmic useraccount where name='%username%' get sid



 



App-V Eventviewer Debug Mode

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


Een dag zwoegen en zweten maar dan heeft u dan eindelijk die uiterst ingewikkelde applicatie gevirtualiseerd. Vlekkeloos en vloeiend start de applicatie op en de teststappen van de klant bent u doorlopen zonder een hikje. De sequencing en test stappen zijn doorlopen en nu is het tijd om het App-V installatie pakket in de acceptatie omgeving aan te bieden aan de klant. Terwijl u blij zit te wachten op een bedankje van die tevreden klant ontvangt u een email met daarin een bijlage van een lelijke (en niet te begrijpen) error melding. De eventviewer brengt weinig uitkomst en google geeft 1 resultaat terug op de App-V Error waar een eindeloze rij van vragende comments van moedeloze beheerders geplaatst zijn zonder oplossing... Het is tijd om de App-V Eventviewer in debug modus aan te zetten en zelf de handjes vies te maken:

app-v-5-eventviewer-enable-advanced-logging-mode-for-troubleshooting



 



App-V Error

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


App-V 5.0 bied zeer uitgebreide event en performance reporting ondersteuning. Indien je op zoek bent naar een oplossing voor een hardnekkig App-V 5 probleem dan is het verstandig om eerst de geavanceerde eventviewer logging modus (Show Analytic and Debug Logs) aan te zetten in de eventviewer.

De App-V 5 error melding bestaat meestal uit een korte beschrijving en een App-V Error Code. Doormiddel van de beschrijving kom je er meestal al achter in welk onderdeel van het App-V systeem de error gezocht dient te worden. Door het aanzetten van de log functie voor het specifieke App-V component krijgen we nu uitgebreide informatie omtrent de foutmelding te zien.

Die extra informatie die je daar ziet komt uit een App-V event .man bestand (xml) die voor bijvoorbeeld elke App-V Client functie (per .dll) op de volgende locatie geinstalleerd (wixca) wordt doormiddel van de App-V 5 Client Microsoft Installer:
"C:\Program Files\Microsoft Application Virtualization\Client\Trace"

Mocht je benieuwd zijn naar de achterliggende techniek dan is het volgende stukje een mooi begin:
Add Eventviewer and Performance Logging Options to your Application

Indien je liever een overzicht hebt van de meest voorkomende App-V 5 foutmeldingen dan is dit de link die je zoekt:
App-V 5.0 Errors

De duidelijke uitleg en tabel hoe je van een App-V 5.0 Hex errormelding een verwijzing krijgt naar welk Advanced App-V Eventviewer Log de daadwerkelijke foutmelding bevat is hier te vinden:
App-V 5.0 Convert Hex Errors

Hieronder een lijst van alle basis (mask) App-V Error Codes (let op de laatste 6 cijfers) zodat je weet waar je App-V Error vandaan komt.

 Microsoft-AppV-Client-Event-Type  App-V Error Code Mask ID

Startup

Shutdown

Logon

Logoff

API

ComponentStartup

Common

Catalog

Publishing

EmbeddedScripting

VFS

VirtualServices

Settings

DynamicConfiguration

ClientManagement

Subsystems

ClientCoExistence

VREG

Streaming

ClientStreamingUX

VirtualAppLaunch

VOBJ

Reporting

PublishingRefresh


0x000000000001

0x000000000002

0x000000000004

0x000000000008

0x000000000010

0x000000000020

0x000000000040

0x000000000080

0x000000000100

0x000000000200

0x000000000400

0x000000000800

0x000000001000

0x000000002000

0x000000004000

0x000000008000

0x000000010000

0x000000020000

0x000000040000

0x000000080000

0x000000100000

0x000000200000

0x000000400000

0x000000800000

   




 



Microsoft User Experience Virtualisatie (UE-V)

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


Microsoft User Experience Virtualization (UE-V) registreert en centraliseert de instellingen en configuratie van de gebruiker voor zowel zijn applicaties als het besturingssysteem.

Die gebruikerinstellingen kunnen vervolgens toegepast worden op de verschillende computers die toegankelijk zijn voor de desbetreffende gebruiker met inbegrip van virtuele desktop infrastructuur (VDI) sessies, desktop computers en mobiele laptops.

User Experience Virtualisatie zorgt voor een verbeterde gebruikerservaring door het verstrekken van consistente personalisatie van instellingen in de volgende scenario's:
  • Roaming van de gebruikerinstellingen van applicaties en het besturingssysteem tussen computers
  • Roaming van de gebruikerinstellingen tussen instanties van een toepassing die worden ingezet met behulp van verschillende methoden:

• Geïnstalleerde toepassingen
• Applicatie Virtualisatie (App-V) applicaties
• RemoteApp (Remote Desktop Virtualisatie) applicaties
• Virtuele Desktop Infrastructuur (VDI)
• Het herstellen van gebruikerinstellingen voor de computer na vervanging, een hardware upgrade, of het opnieuw uitrollen met een schone image (F12).

UE-V stelt de IT-professional in staat om gebruikersinstellingen voor 'Roaming Gebruiker Profielen' in de hele onderneming in te stellen.
UE-V werkt goed in en in combinatie van verschillende omgevingen zoals een virtuele desktop infrastructuur (VDI) omgeving, voor vaste desktops en mobiele laptops.
De IT-professional heeft de volledige controle over welke instellingen gecentraliseerd worden aanboden doormiddel van locatie sjablonen.
Doormiddel van de 'Settings Location Templates' is een flexibele implementatie voor elke onderneming mogelijk.



 



App-V 5 Policy Config

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


De Microsoft Desktop Optimization Pack Administrative Templates bevat de admx templates waarmee u de App-V 5.0 Group Policy instellingen en tevens voor UE-V kunt instellen en configureren.

U kunt de templates downloaden door op de link hieronder te klikken:
Download ADMX templates voor MDOP producten: UE-V and App-V

Hieronder hebben we de policy / registry instellingen weergegeven voor zowel een App-V 5.0 Laptop / Desktop Client als de RDS Client. We hebben in het voorbeeld maar 1 enkele publishing server geconfigureerd. In een productie omgeving dien je natuurlijk minimaal twee App-V (publishing) Servers te configureren.


APP-V 5.0 Laptop - Desktop Policy / Registry Settings



APP-V 5.0 RDS Client - XenApp (read only) PVS Policy / Registry Settings



LET OP

RDS App-V Client Publishing Refresh instellingen dienen tijdens de App-V 5.0 RDS Client installatie meegegeven te worden: App-V 5.0 RDS Client installatie
Na een reboot wordt op de RDS / XenApp server onder het System account het volgende App-V 5 Publishing Server Sync script afgetrapt t.b.v. het klaarzetten van de App-V apps die voor AllUsers / Per Machine (-Global) aangeboden dienen te worden: App-V 5.0 Publishing Server Sync Powershell script
Dit Sync script kan ook gebruikt worden onder een normaal gebruikers account op je testwerkplek om snel nieuwe applicaties beschikbaar te stellen waarbij je ook nog de optie hieronder kan instellen op de App-V 5.0 Publishing Server om de wijzigingen die je op de App-V Management Server doorgevoerd hebt nog sneller bij je App-V Publishing Servers bekend te maken.


App-V 5.0 Publishing Server Refresh interval (http://support.microsoft.com/kb/2780177)

Standaard neemt de Microsoft App-V Publishing Server om de tien minuten contact op met de Management Server om de meest recente lijst van gepubliceerde toepassingen op te vragen.
In een testomgeving, kan het wenselijk zijn om dit proces te versnellen. Hieronder is de registry key weergegeven waarmee je dat op de App-V 5.0 Publishing Server kan instellen.

HKLM\SOFTWARE\Microsoft\AppV\Server\PublishingService
PUBLISHING_MGT_SERVER_REFRESH_INTERVAL = 600 (default setting in seconds)
PUBLISHING_MGT_SERVER_REFRESH_INTERVAL = 5 (common value used for test environment)



 



App-V 5 HTTP Streaming

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


App-V 5.0 ondersteund zowel het SMB als HTTP(S) streaming protocol. Het RTSP streaming protocol is sinds versie 5.0 niet meer beschikbaar.
Standaard is SMB streaming enabled. Hiervoor hoeft u verder niets te doen behalve het opvoeren van het App-V pakket via het UNC pad naar het .appv bestand. Daarnaast is het afhankelijjk van uw App-V infrastructuur nog verstandig om goed te kijken naar het geschikt maken van het appv pakket ten behoeve van streaming.

Indien u uw omgeving geschikt wenst te maken ten behoeve van HTTP streaming dient u de stappen hieronder uit te voeren. Ik ben er voor het gemak vanuit gegaan dat u de App-V server als HTTP streaming server gaat inrichten (u kunt in een zeer grote omgeving deze rol ook toekennen aan een dedicated IIS Web Server).

Stap 1

Start de IIS Management Console op de App-V server op.
Selecteer de Default website met uw rechtermuis knop en kies "Add Virtual Directory..."
Geef de Alias op voor uw virtuele directory en voeg het pad op naar uw DFS-R share waar uw App-V packages zijn opgeslagen.(OK)

app-v-5-http-streaming-server-add-virtual-directory

Stap 2

Klik op de Servernaam binnen de IIS Management Console
In het rechter configuratie scherm klikt u op "Mime Types"
Klik op "Add" en voer bij File name extention ".appv" en bij de mime type "application/x-ms-appv" in. (OK)

app-v-5-http-streaming-server-add-appv-mime-type

Stap 3

Open de App-V 5.0 Management Console en klik op "Add Package"
Voer nu uw App-V Package op doormiddel van de URL naar het .appv bestand
b.v: http://[LoadBalancerStreamingServerUrl]/appvcontent/appvpackagedirectory/appvpackage.appv

app-v-5-http-streaming-add-appv-package

Het configureren van een App-V 5.0 Streaming Server stelt dus niks voor gezien de paar stappen die we uitgevoerd hebben en de grote vraag is natuurlijk waarom Microsoft die handelingen niet standaard heeft toegevoegd of als optie heeft aangeboden tijdens de installatie van de App-V server. De ham vraag is natuurlijk; welk App-V 5.0 Streaming Protocol is beter en is dit nog afhankelijk van overige keuzes of de omgeving. Ik merk zelf vrij weinig (gevoelsmatig) of een package via HTTP of SMB streaming wordt aangeboden maar meten is weten en aangezien Microsoft er zelf weinig over te vertellen heeft en ik nog van niemand performance test resultaten gezien heb gaan we nu zelf maar de test scenario's uitvoeren in een POC omgeving. Zodra ik wat nuttigs te vertellen heb over de test resultaten zal ik dit hier natuurlijk meteen laten weten.

LET OP: Sinds App-V 5.0 SP2 Hotfix 5 is SMB het aanbevolen App-V 5.0 streaming protocol geworden.



 




agpm

Advanced Group Policy Management

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


Microsoft Advanced Group Policy Management (AGPM) is een kernonderdeel van het Microsoft Desktop Optimization Pack (MDOP) voor Software Assurance (SA), en maakt het eenvoudiger voor IT-organisaties om desktopconfiguraties actueel te houden. Het geeft betere controle, minder uitvaltijd en een verlaging van de Total Cost of Ownership (TCO).

Group Policy Objects (GPO's) spelen een krachtige rol in de manier waarop uw netwerk wordt beheerd en beveiligd. Ze stellen IT-personeel in staat instellingen van gebruikers en desktops op vele computers tegelijk te beheren. Dit betekent dat elke wijziging in het groepsbeleid meestal gevolgen heeft voor meerdere gebruikers en computers in het netwerk. Zoveel flexibiliteit brengt ook risico's met zich mee. Wanneer IT-teams GPO's wijzigen zonder het controlesysteem te wijzigen, kunnen deze wijzigingen al veranderingen doorvoeren op computers voordat ze zijn getest. Als er een probleem is met de updates, kan het moeilijk worden deze ongedaan te maken.

En hoewel groepsbeleid volgens een delegeringsmodel werkt, heeft de editor-rol volledige machtigingen om wijzigingen in de actieve omgeving te implementeren. Doordat er meerdere editors per GPO kunnen zijn, kan er op geen enkele manier worden nagegaan wie de wijzigingen heeft aangebracht en kunnen wijzigingen niet worden geaccepteerd of geweigerd voordat ze worden ingevoerd.

AGPM maakt het eenvoudig om groepsbeleid in de hele organisatie veilig te beheren en het wijzigingsproces rondom GPO's te regelen.

  • Meer controle over uw groepsbeleid
  • Minder uitvaltijd betekent meer productiviteit
  • De totale cost of ownership verbeteren door verlaging van de ondersteuningskosten




 





app-v-on-windows-8

App-V en Windows 8

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


Wat mij betreft het enige voordeel van een verlate zomer; lekker pielen met Windows 8 en App-V 5 op een druilerige zondagmiddag met een flesje wijn en wat verschillende kaas en worstjes...

Naast alle gave nieuwe features (en niet vergeten de layout) van App-V versie 5 zag ik dat Microsoft in Windows 8 met de 'AllUserInstallAgent Service' (Install AppX Packages for all authorized users) ook nog een nieuwe manier van applicatie packaging ondersteund speciaal voor Metro Style Apps.

'Normale' mensen zal dat waarschijnlijk niet zoveel boeien maar aangezien ik zelf opgegroeid ben met Lego, Orca, Wise, Installshield en de sequencer als speelgoed, was ik toch benieuwd wat de voordelen en nadelen van de nieuwe packager en service zijn.


App-X file format app-x-file-format

Een appx pakket is net als een .appv te openen als zip-bestand en bevat de bestanden en benodigdheden van de app zoals de app manifest, een handtekening en een table-of-contents genaamd de blockmap. Tijdens het uploaden van een app, wordt de ondertekening door Visual Studio verzorgt, de Windows Store zal opnieuw de handtekening van de app verzorgen als het pakket eenmaal is gecertificeerd. De blockmap, beschrijft hoe bestanden van de app worden opgesplitst in 64K blokken.

Naast het leveren van bepaalde beveiligingsfuncties (zoals het detecteren of een pakket is geknoeid) en optimalisering van prestaties, wordt het blockmap bestand gebruikt om precies te bepalen welke delen van een app zijn bijgewerkt tussen de verschillende versies, zodat de Windows Store alleen die specifieke blokken hoeft te downloaden in plaats van de hele app opnieuw. Dit reduceert de tijd en overhead die een gebruiker ervaart bij het verkrijgen en installeren van updates.


Zelf geinteresseerd naar de verschillende Microsoft Packaging / Installatie technieken?

Check hieronder even de links of meld je aan voor een 'Applicatie Packaging, Sequencing, Scripting en Deployment Training' bij Application Deployment Training © (aanrader)




 



Server App-V

Microsoft Certified - Jeroen Spaander


Server App-V is niet los tekoop of te downloaden van de Microsoft Volume License site. Het is geen stand-alone product maar een feature van een nieuw product;
System Center Virtual Machine Manager 2012

In SCVMM 2012 worden naast de al aanwezige Virtual Machine Manager mogelijkheden de volgende voordelen toegevoegd. (Server App-V maakt daar onderdeel vanuit)
  • Met SCVMM 2012 kan je nu alle onderdelen en componenten van het datacenter als een set van diensten weergeven in plaats van de onderliggende hardware die nodig is om deze diensten te hosten
  • Je kan nu sjablonen maken voor de diensten die je wilt aanbieden (i.p.v. van alleen de hardware zoals: Hyper-V / ESX / Xen Servers) zoals OS en applicatie (Server App-V / Web Deploy / SQL DAC) profielen die deel uitmaken van die diensten
  • In plaats van individuele machines beheer je nu dus de diensten die je kan aanbieden doormiddel van templates


SCVMM is samengevoegd met de andere System Center Management Tools zoals System Center Configuration Manager (SCCM) etc. in System Center 2012.



 



App-V Training

Microsoft Certified - Jeroen Spaander



 App-V 5.0 Essentials Training ©    

Deze eendaagse App-V 5.0 Essentials training is bedoeld voor applicatie en systeem-beheerders die zelfstandig applicaties dienen te virtualiseren en deze geschikt maken voor deployment via de standalone installer, de Microsoft App-V 5.0 Full Infra of SCCM 2012 omgeving voor de Windows desktop of het VDI en RDS platform.

U leert de basis skillset en tips and tricks met betrekking tot App-V technologie, het sequencen van applicaties en het toepassen van custom script opties via de App-V deployment configuratie als ook het oplossen van App-V gerelateerde problemen. Na deze training kunt u zelfstandig met de App-V sequencer aan de slag en bent u in staat om advies te geven voor de specifieke uitrol omgeving van uw organisatie.

Deze training is te volgen met minimale basiskennis van het Microsoft platform en netwerk componenten en wij bieden u aan het einde van de training de mogelijkheid om uw opgedane kennis om te zetten in een App-V 5.0 Essentials certificaat.

  app-v-balls

App-V 5.0 Essentials Course Outline:

Chapter 1 - App-V 5.0 Essentials Course Introduction
Chapter 2 - Introduction to Microsoft App-V 5.0
Chapter 3 - App-V 5.0 Components & Architecture
Chapter 4 - App-V 5.0 Sequencing Foundation




Chapter 5 - App-V Advanced Sequencing Basics
Chapter 6 - App-V Full Infrastructure Environment
Chapter 7 - App-V SCCM 2012 Integration
Chapter 8 - App-V Tooling, Exam, Course Evaluation


 Dagen: 1

 Klassikaal in: Arnhem of op uw locatie (3 cursisten min.)

 Prijs:  € 650,- ex btw

 Doelgroep:
  • Systeem / Desktop / SCCM beheerders
  • App-V Sequencers en Scripters
  • Applicatie Deployment Engineers


 



offerte-aanvragen
App-V 5.0 Essentials Exam Link Contact



 Application Deployment Training ©    


In samenwerking met de experts op het gebied van Application Deployment technologie hebben wij voor u een certificering ontwikkeld die aansluit op de vraag naar allround applicatie packaging, scripting, sequencing en deployment administrators, specialisten en experts.

Tijdens de Application Deployment Administrator © training leert u de skills en "Tips and Tricks" met betrekking tot MSI en App-V technologie, de Windows Installer-service en tevens krijgt u hands-on ervaring met Orca, de App-V sequencer, AdminStudio en SCCM 2012. Daarnaast maakt u kennis met het Intake Packaging Test Acceptance Deployment proces.

In de Application Deployment Specialist © training gaan we dieper in op de technologie en worden o.a. Application Deployment naar VDI, RDS en Citrix toegevoegd aan de lesstof en daarnaast bieden wij u een handvat om zelfstandig het Application Deployment proces en de omgeving binnen uw organisatie te implementeren.

De Application Deployment Expert © training gaat nog weer een stap verder en is bedoeld voor zeer gevorderde packagers of sequencers.
Wij bieden u aan het einde van de training de mogelijkheid om uw opgedane kennis en ervaring om te zetten in een certificaat.

"Think out of the box"


 


ADAApplication Deployment Administrator © Training

ADSApplication Deployment Specialist © Training

ADEApplication Deployment Expert © Training

 


offerte-aanvragen
Application Deployment Blog Link ©opyright Contact




 



026-3618779
© 2015   EDSP    Voorwaarden
Follow EDSP on Twitter   Follow GET ON ICT on Twitter   Follow EDSP on Facebook   Follow EDSP on LinkedIn   Mail to EDSP